Een vraag over de Parsje Misjpatim

Iemand vroeg: Wat is de reden dat wij onze ogen niet bedekken bij het zeggen van de Kedoesjat HaSjeem in het Sjemoné Esré, aangezien wij onze ogen wel bedekken bij het zeggen van het Sjema?

 

De Serafim in het hemels heiligdom bedekken hun ogen met twee van hun vleugels bij het uitspreken van het Kadosj HaSjeem (Jes. 6:2-3). Bij het uitspreken van de Kedoesja in de liturgie hier op aarde wordt echter in één opzicht de hemelse liturgie nagevolgd, in een ander opzicht daarentegen niet. De hemelse liturgie wordt nagevolgd voorzover wij ons richten op HaSjeem als op de bron van alle heiligheid. Dit doen wij door ons op te stellen zoals de engelen, met de voeten bijeen, en door ons op onze tenen te verheffen, althans bij de Kedoesja van het Amida. De hemelse liturgie wordt evenwel niet nagevolgd voorzover wij trachten iets van de glorie van HaSjeem naar beneden te trekken, naar de aarde. Dit is namelijk een specifiek menselijke taak, en behoort daarom tot de dienst van Israel, niet tot de dienst der engelen. Wij drukken dit uit door de Kedoesja alleen te zeggen met een minje. (Ganzfried, Kitzur 15:1). Een minje is immers de wettelijke vertegenwoordiging van Israel. Op vergelijkbare wijze als het Misjkan is een minje een ‘omheining’ of ‘installatie’ voor het opvangen van de glorie van HaSjeem. Door middel van deze rituele omheining kan een bepaalde mate van glorie worden opgevangen zonder dat dit vernietigende gevolgen heeft.

 

De glorie van HaSjeem voorzover deze door middel van de dienst van Israel tot onze aardse sfeer kan doordringen wordt daarmee na de verbondssluiting tot een glorie die, hoewel zij is “als een verterend vuur”, niettemin tegelijkertijd “op het opperste van de berg” én “in (of: voor) de ogen van de kinderen Israels” is, zoals de parsje zegt (Ex. 24:17).

 

Blijft de vraag waarom wij onze ogen juist wel bedekken bij het zeggen van het Sjema. Het Sjema zeggen wij zowel met als zonder quorum. Het zeggen van Sjema is dus niet gebonden aan een minje. Merkwaardig genoeg behoort het Sjema dus niet tot de rituele dienst in strikte zin. Het zeggen van Sjema behoort tot de persoonlijke dienst en roeping, tot de dienst van het hart. Let wel, ‘persoonlijk’ wil hier niet zeggen ‘individueel’. Het gaat om een persoonlijke dienst van het hart van én het gehele volk én iedere Israeliet: “Hoor, Israel!…” Deze dienst van het hart wordt beklemtoond in de eerste passage van het Sjema. Omdat deze dienst van het hart geen ritueel beregelde ‘omheining’ heeft, doch zonder maat is, doen wij er verstandig aan onze ogen te bedekken. Wij zouden ons hier immers opeens onbeschermd tegenover de volle glorie kunnen bevinden, zoals Mosje bij het brandende braambos (Ex. 3:6) en Elijahoe op de berg (1 Kon.19:13). In het bedekken van de ogen volgen wij hen na.

 

Bij dit antwoord komt de vervolgvraag op waarom de Serafim eigenlijk hun ogen bedekken bij het uitvoeren van de hemelse liturgie. Zij voeren immers een ritueel geregelde dienst uit, zoals Israel op aarde. Het verschil tussen de Serafim en ons is echter dat de Serafim zich in de directe tegenwoordigheid van G’d bevinden bij de dienst in het hemels heiligdom, terwijl wij op aarde slechts aan die dienst participeren. Daar staat tegenover dat wij ons in de directe tegenwoordigheid G’ds bevinden bij het zeggen van het Sjema Israel.

 

 

Rosj Chodesj Adar I 5763

2 februari 2003

 

Advertisements

0 Responses to “Een vraag over de Parsje Misjpatim”



  1. Leave a Comment

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s





%d bloggers like this: