Een Verbod op de Besnijdenis is een Verbod op het Jodendom

 

door Geert ter Horst

[Dit artikel werd geplaatst in het Katholiek Nieuwsblad van 23 augustus 2012.]

In zijn opinie bijdrage van 16 augustus j.l.: “Ontmoedig Besnijden van Jongens” in het Katholiek Nieuwsblad bepleit ethicus Gert van Dijk namens het KNMG een ontmoedigingsbeleid voor het besnijden van jongens. De belangrijkste argumenten die hij aanhaalt voor zijn positie zijn de stellingen dat de jongensbesnijdenis medisch schadelijk zou zijn en dat de beslissing om al dan niet te besnijden bij de persoon zelf zou moeten liggen, niet bij de ouders. Het lichaam van het kind zou gevrijwaard moeten blijven van onomkeerbare religieuze tekens. Het laatste zou betekenen dat de besnijdenis eventueel op volwassen leeftijd zou kunnen worden uitgevoerd, niet echter, zoals het Jodendom voorschrijft, op de achtste dag na de geboorte.

Het stuk van Van Dijk is voornamelijk een reactie op een eerder artikel van Rabbijn Lody van de Kamp tegen de stellingname van het KNMG. Van de Kamp’s artikel verscheen ook in het KN, onder de titel: “Besnijdenis in ‘Historisch’ Perspectief”. Ik wil hier op enkele aspecten van Van Dijks betoog en zijn verwoording van het KNMG standpunt ingaan die niet of minder expliciet door Van de Kamp werden behandeld. In de eerste plaats op het argument van de zogenaamde schadelijkheid. Dit argument is namelijk een merkwaardige zaak.

Het is wel een opmerkelijk feit dat de zogenaamde schadelijkheid van een rite die in de loop van de joodse geschiedenis miljoenen en nog eens miljoenen malen is uitgevoerd, en die zo’n 4000 jaar oud is, nooit door het joodse volk zelf is gethematiseerd of geproblematiseerd. Het Jodendom is een religie die grote waarde hecht aan al wat de lichamelijke gezondheid en de hygiene bevordert. Indien deze schadelijkheid dus al bestaat, is ze ongetwijfeld zo miniem dat ze nooit is opgevallen en dus praktisch zo goed als onschadelijk is. In ieder geval heeft het joodse volk niet merkbaar geleden onder deze schadelijkheid, helaas wel onder de wreedheid van vreemde machthebbers die gepoogd hebben de besnijdenis te verbieden. Joden hebben herhaaldelijk hun bloed en leven moeten geven om de voor het Jodendom fundamentele instelling van de besnijdenis te handhaven.

Hier kan men aan toevoegen een overweging betreffende de religieuze en sociale schadelijkheid die juist zou ontstaan door het niet uitvoeren van de besnijdenis. Dit zou de boodschap uitdragen dat een joodse jongen niet op volwaardige wijze in het joodse volk mag worden ingevoegd. Wat voor vragen omtrent de eigen identiteit zou dit oproepen bij een opgroeiend kind?

De schadelijkheid van stemmingmakerij tegen of van een verbod op de besnijdenis lijkt mij daarom al vele malen groter dan de veronderstelde schadelijkheid van de rite van de besnijdenis zelf.

In verband met de onlangs door het Keulse Landesgericht genomen beslissing dat de besnijdenis van jonge jongens als lichamelijke mishandeling zou moeten worden aangemerkt [1], wil ik graag het uitstekende betoog van de jurist Geert-Jan Alexander Knoops in het Nieuw Israelietisch Weekblad onder de aandacht brengen [2]. Knoops artikel is ook van belang voor het andere punt dat Van Dijk tegen de besnijdenis opwerpt, namelijk dat deze inhoudt het aanbrengen van een onomkeerbaar lichamelijk merkteken.

Dat het lichaam van het kind vrij moet blijven van onomkeerbare religieuze merktekens is een argument waarmee Van Dijk in ieder geval als KNMG woordvoerder zijn perken te buiten gaat. Hij begeeft zich hiermee op een niet-medisch terrein. De interpretatie van de religieuze rechten van ouders met betrekking tot de opvoeding van hun kinderen is helemaal geen zaak waarover het KNMG met enige bevoegdheid kan spreken.

Dit neemt niet weg dat ook dit argument hogelijk overtrokken is. De besnijdenis is een lichamelijk merkteken, maar dit merkteken bevindt zich op een plaats die voor anderen verborgen is, en die geen sociaal stigma met zich meebrengt indien iemand op volwassen leeftijd mocht besluiten het Jodendom te verlaten. In alle praktische situaties van het dagelijks leven is er van de besnijdenis niet meer te zien dan van het ‘eeuwig merkteken’ van de katholieke kinderdoop — ook een rite die het kind onomkeerbaar een religieuze identiteit opdringt en daarom wellicht niet de goedkeurig kan wegdragen van de verlichte ethici van het KNMG — namelijk niets.

Het interessante van het betoog van Van Dijk is, op dit punt, dat hijzelf niet inziet dat zijn criterium helemaal geen neutrale zaak is. Het is van secularistische inspiratie en daarom evengoed wereldbeschouwelijk gekleurd als joodse of islamitische opvattingen. Het gaat uit van een modern individualisme, dat evenzeer een geloof is als een godsdienstig geloof.

Bij dit secularistische geloof zijn allerlei fundamentele vragen te stellen. Ik wijs slechts op een enkel punt. Wat is dit moderne individu eigenlijk? Ik bedoel: waardoor krijgt het zijn inhoud? Het antwoord moet wel zijn: door willekeurige invloeden uit de samenleving, de markt, de mode, &c. Dit moderne individu, met zijn hooggeroemde vrijheid, staat veel minder sterk dan op het eerste gezicht lijkt. Wat is per slot een individu? Het doolt maar wat rond, in verschillende richtingen, op zoek naar orientatie voor zijn leven. Het is eindeloos manipuleerbaar door de bovengenoemde invloeden. Het is daarom uiterst kwetsbaar. Als alles om het individu draait, hebben levensidealen ook maar de houdbaarheid van het individu. Die houdbaarheid is niet al te groot.

Hieruit blijkt dat de moderne vrijheidsgedachte aan overspanning lijdt. Dit vrijheidsideaal vergt veel te veel van het individu. Men kan met goede argumenten verdedigen dat een individu dat opgroeit en genormeerd wordt door een religieuze traditie sterker staat dan het moderne individu. Het krijgt van den beginne een zinvolle inhoud aangereikt en het maakt deel uit van een gemeenschap die een vaste levensrichting heeft en niet zwalkt of zwabbert. Op de duur kan daarom een kleine religieuze groep, die een vaste koers aanhoudt, een veel grotere invloed ten goede uitoefenen dan een grote anonieme massa waarvan de individuen voor eigen rekening leven.

Het Jodendom is geen individualistisch geloof. Het is een geloof waarin de godsdienstige taak en functie toekomt aan het joodse volk in zijn geheel, doorheen alle generaties. Het Jodendom is dus een godsdienst met sterk aristocratische noties. Dit houdt in dat het individu vanaf de moederschoot wordt ingevoegd in het grote project van het joodse volk, het gestalte geven aan de Torah.

Men mag een dergelijk project verwijten dat het de vrijheid van het individu beperkt en kinderen indoctrineert met de inhoud van een bepaalde traditie. Dit geef ik graag toe. Niet religieuze mensen van allerlei snit indoctrineren hun kinderen evenzeer door hun pogingen ze tot seculiere individualisten op te voeden. Ook het secularisme is gebaseerd op traditie en indoctrinatie, al wil het dat zichzelf niet bekennen. Het secularisme, dat zich niet wil baseren op traditie maar op de rede, hanteert op onkritische wijze een rede-concept dat gevormd is binnen een bepaald humanistisch filosofisch milieu en zijn traditie.

De aristocratische trekken van het Jodendom vormen echter geen essentiele moeilijkheid voor de invoeging in een moderne maatschappij met een democratische constitutie. Geen enkele godsdienst is intern democratisch. Dat zou ook onzinnig zijn. Democratie is een uitwendige beregeling om in maatschappelijke vrede met verschillen in levensidealen om te gaan. De democratie is echter zelf geen primaire bron van inhoudelijke levensidealen. Ook een secularist, hetzij liberaal, socialistisch of nog anders georienteerd, laat zijn eigen inhoudelijke levensideaal niet op democratische wijze bepalen. Geen atheist bijv. is bereid om het vraagstuk of G-d bestaat bij meerderheid van stemmen te laten beslissen.

Gezien het feit dat men vanaf zijn geboorte joods is en als zodanig wordt aangemerkt — niet alleen door de joodse gemeensschap maar ook door de niet-joodse wereld — kan de onomkeerbaarheid van een religieus lichamelijk merkteken eigenlijk geen bezwaar zijn. Want het eerste onomkeerbare lichamelijke merkteken, dat ieder kind meekrijgt, is de geboorte. Door de geboorte wordt een kind al gemerktekend als joods of als niet-joods.

Uit dit basale gegeven blijkt nogmaals de overtrokkenheid van de moderne vrijheidsopvatting. Vanuit de typisch moderne fascinatie voor de zgn. ‘mogelijkheden’ van het leven zou men het liefst een individu willen dat nog helemaal onbepaald en open is en dat alles zelf kan kiezen. Niemand kan echter kiezen of hij geboren wordt en niemand kan zijn ouders en voorouders kiezen. Deze dingen worden vooraf voor iemand bepaald, en daarmee wordt reeds in belangrijke mate iemands positie in het geheel van de mensheid en haar geschiedenis vastgelegd. De eigen keuze is altijd secundair en kan alleen plaatsvinden in een context waarin men al inhouden heeft meegekregen waarvoor of waartegen men zelf stelling kan nemen. Keuzevrijheid is alleen zinvol indien ze een dergelijke secundaire en ondergeschikte plaats behoudt en niet naief wordt verheerlijkt tot iets allesbepalends.

Tegen het einde van zijn stuk merkt Van Dijk op dat verzet tegen de besnijdenis niets uitstaande heeft met antisemitisme. Hij noemt in dit verband het verschijnsel dat sommige Joden de besnijdenis niet toepassen maar vervangen door een ander ritueel. Deze argumentatie van Van Dijk is behalve onbehoorlijk, omdat hij, zoals eerder opgemerkt, zijn boekje te buiten gaat, in hoge mate dubieus.

In de eerste plaats zijn Joden die de besnijdenis principieel weigeren toe te passen hooguit een soort flauwekul-Joden. In de hoofdstromingen van de joodse traditie, zowel in de orthodoxe wereld als in het zgn. Conservative Judaism, en bovendien ook in het liberale of Reform segment, wordt de besnijdenis gezien als essentieel, zelfs als de kern-rite van heel het Jodendom. Slechts enkele fringe-groeperingen aan de uiterste rand van het Reform-Jodendom zwichten hier voor de moderniteit. Het is tekenend voor het gebrek aan begrip van Van Dijk dat hij deze fringe-groeperingen ten voorbeeld stelt aan het traditionele Jodendom. Hij kan toch zelf weten dat geen zichzelf respecterende traditionele gemeenschap daar in zal trappen.

De toets ter bepaling van de kwestie of een besnijdenisverbod antisemitisch is, is eenvoudig welke de gevolgen zijn van zo’n verbod. Welnu, die gevolgen zijn zeer duidelijk. Het eerste gevolg ervan is dat het gehele traditionele Jodendom gecriminaliseerd wordt. Het verbieden van de besnijdenis komt neer op het verbieden van het Jodendom. De enkele Joden aan de uiterste rand van het Reform-spectrum die de besnijdenis vervangen door een ander ritueel worden door niemand serieus genomen.

Geen synagoge in Nederland of waar elders ook zou kunnen functioneren onder een verbod op de besnijdenis. De joodse gemeenschap zou moeten emigeren, want Jodendom zonder besnijdenis is ten enenmale onmogelijk.

Niemand maakt mij wijs dat een verbod op de traditionele joodse religie, zoals ze al millennia bestaat, geen antisemitisme is. Antisemitisme komt waarachtig niet alleen uit de extreem-rechtse hoek. Vele van de als o zo tolerant aangemerkte denkers van de Verlichting waren expliciete Jodenhaters. Immanuel Kant wenste de Joden een schone dood, en de hogepriester van de verlichtingsfilosofen, Voltaire, schreef over de Joden met het schuim op de mond.

Dit verschijnsel van Verlichtings-antisemitisme is minder verwonderlijk dan het op het eerste gezicht lijkt. De Verlichting lijdt namelijk in verhoogde mate aan dezelfde ziekte als het traditionele Christendom, de ziekte van de vervangingstheologie. Deze vervangingstheologie oordeelt dat met de komst van Jezus het Jodendom en zijn Torah obsoleet zijn geworden en hun vervulling vinden in een Christendom dat in belangrijke mate heeft afgerekend met rituele observanties. Op vergelijkbare wijze oordeelt het verlichtingsdenken dat alle traditionele religies obsoleet zijn geworden en hun vervulling vinden in een humanistisch secularisme. Dit secularisme meet zichzelf vervolgens op arrogante wijze een soort keurmeesterschap aan op het terrein van wat er voorlopig, zolang er ‘helaas’ nog traditionele religies bestaan, door de beugel kan qua religieuze riten en observanties. De blinde naieviteit die hier aan het werk is, zou alleen maar belachelijk zijn indien ze niet zo gevaarlijk was. Terwijl de grote christelijke kerken sinds de Shoa, in een proces van zelfinkeer, belangrijke stappen hebben gezet om de vervangingstheologie te boven te komen, is een vergelijkbare zelfreflectie binnen het verlichtingsdenken ver te zoeken. Dit denken is zichzelf veelal onbewust van zijn eigen antisemitisme.

Het betoog van Gert van Dijk past wat dit betreft in een typisch nederlandse traditie, waarbij veelal gepoogd wordt niet door rechtstreekse aanvallen maar langs zijdelingse weg, met gebruikmaking van ogenschijnlijk neutrale argumenten, de joodse gemeenschap te treffen.

Een besnijdenisverbod heeft op de langere duur dezelfde gevolgen voor de joodse gemeenschap als afgedwongen assimilatie. Het joodse volk wordt namelijk als volk geconstitueerd door zijn religie. Wie jood is wordt bepaald door Torah en traditie. Een besnijdenisverbod zou het functioneren van de joodse religie zodanig schaden dat er van Jodendom eigenlijk geen sprake meer zou zijn, met als gevolg dat binnen enkele generaties niet meer duidelijk zou zijn wie joods is en wie niet. Dat komt dus neer op gedwongen verdwijning van de joodse gemeenschap door middel van assimilatie.

Van Dijk heeft kennelijk niet door welke fundamentele importantie de besnijdenis binnen het Jodendom heeft. Anders zou hij namelijk ook wel door hebben dat zijn streven om de besnijdenis uit te bannen nimmer zal slagen. Het betreft hier een rite voor de handhaving waarvan Joden herhaaldelijk in de geschiedenis het martelaarschap op zich hebben genomen. Het grote historische voorbeeld is hier de vervolging onder Antiochus IV (de zgn. Epiphanes), die in zijn streven naar een universeel hellenisme de besnijdenis en nog andere joodse observanties verbood. Dezelfde universalistische geest is werkzaam in het hedendaagse secularisme. Men vindt de uitzonderingspositie die religies innemen tegenover dit grote en universalistische project onverdraaglijk.

Omdat het volstrekt zeker is dat het Jodendom de kern-rite van de besnijdenis nooit ofte nimmer, onder welke bedreigingen ook, zal opgeven, zouden seculiere humanisten zoals Van Dijk zichzelf weleens vragen kunnen stellen omtrent de zinnigheid van het nastreven van een verbod. Juist omdat van te voren al vast staat dat het Jodendom niet van koers zal veranderen, staat het ook van te voren vast dat in een eventuele strijd hierover het Jodendom uiteindelijk zal winnen. Die strijd kan weliswaar veel joods leed veroorzaken en zelfs joodse levens kosten, maar het eindresultaat ervan zal zijn dat er op de duur weer andere tijden aanbreken.

De moderne wereld van het individualisme zal een eventueel verbod een tijdlang, maar ook slechts een tijdlang, kunnen volhouden. Dit moderne individualisme is zoals reeds gezegd niet erg stabiel en op een gegeven moment zal er weer een andere wind gaan waaien. En dan zullen er weer Joden zijn die openlijk hun zonen besnijden op de achtste dag na de geboorte. Er zal niets veranderd zijn, behalve dat de Jodenhaters voor de zoveelste keer op de mesthoop van de geschiedenis terecht zullen komen en bij de galerij van de infamen zullen worden gevoegd.

Dit zou een puur strategische reden kunnen zijn voor secularisten om af te zien van het pogen de besnijdenis te verbieden. Anders gezegd, wanneer iemand geen respect heeft voor het Jodendom of voor religies in het algemeen, of zelfs antisemitische neigingen heeft, zou zo iemand in dit strategische argument toch een reden kunnen vinden om voorzichtig te zijn en zich de vingers niet te branden aan het vervolgen van de joodse religie.

____________

[1] Zie hiervoor diverse bijdragen op de webpagina van de Zentralrat der Juden in Deutschland, ondermeer: “Zum Urteil des Kölner Landesgerichts zur Beschneidung von Jungen” en: “Ganze jüdische Welt ist betroffen”. Zie ook twee belangrijke artikelen op de pagina van de Orthodoxe Rabbinerkonferenz Deutschland: “Toleranz ohne Respekt” en: Millionenfacher Eingriff.

[2] Geert-Jan Alexander Knoops, “Lichamelijke Integriteit”, NIW 10 augustus 2012.

Advertisements

1 Response to “Een Verbod op de Besnijdenis is een Verbod op het Jodendom”


  1. 1 Bryan L. Stewart May 15, 2013 at 3:03 am

    Reconstructionistisch Jodendom – een kleine, liberale Joodse beweging, voornamelijk in de Verenigde Staten. De persoonlijke interpretatie van de Thora wordt in consensus gezocht, waarmee het meestal iets traditioneler is dan het liberaal Jodendom.


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s





%d bloggers like this: