Bijbelse Paradoxen (Deel II): De Opnames van Henoch & Elia versus de Opwekking en Tenhemelopneming van Jesjoea

 

[Dit is het tweede uit een serie artikelen waarin een aantal schijnbare tegenspraken ofwel paradoxen in de Bijbel worden behandeld.]

Rembrandt — Hemelvaart

Rembrandt — Hemelvaart

Inleiding en Paradox

Op basis van de onderstaande teksten uit het boek Genesis en II Koningen wordt veelal aangenomen dat Henoch en Elia, op min of meer dezelfde wijze als Jesjoea, werden opgenomen in de hemel. Deze interpretatie brengt echter serieuze bezwaren met zich mee:

Gen. 5:22-24 (SV, 1977)
22
En Henoch  wandelde met G’d, nadat hij Methúsalah gewonnen had, driehonderd jaren; en hij gewon zonen en dochters. 23 Zo waren al de dagen van Henoch driehonderd vijf en zestig jaren. 24 Henoch dan wandelde met G’d; en hij was niet meer;  want G’d nam hem weg.

II Kon. 2:1 en 11 (SV, 1977)
Het geschiedde nu, toen de Heere Elía met een onweder ten hemel opnemen zou, dat Elía met Elísa ging van Gilgal. […] 11 En het gebeurde, toen zij voortgingen, gaande en sprekende, ziet, zo was er een vurige wagen met vurige paarden, die tussen hen beiden scheiding maakten. Alzo voer Elía met een onweder ten hemel.

A)      Paulus geeft aan dat Jesjoea de eerste was die werd opgewekt, zie I Kor. 15:20, “…Maar nu,  Christus is opgewekt uit de doden, en is  de eersteling geworden van hen, die ontslapen zijn…”

B)      En dat vervolgens bij de wederkomst de overige gelovigen opgewekt zullen worden, zie I Kor. 15:23, “…Maar een ieder in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in zijn toekomst…”

C)      Ook in de Kolossebrief wordt bevestigd dat Jesjoea de eerste is die opgewekt is uit de dood, zie Kol. 1:18, “…En hij is het hoofd van het lichaam, namelijk van de gemeente, hij, die het begin is, de eerstgeborene uit de doden, opdat hij in allen de eerste zou zijn…”

D)      En dat de gelovigen die ontslapen zijn pas bij de wederkomst tot Jesjoea gebracht zullen worden, zie I Thess. 4:14, “…Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal G’d ook hen, die ontslapen zijn in Jezus, weerbrengen met hem…”

E)       Maar, het kan nog sterker uitgedrukt worden: Petrus merkt op dat — uitgezonderd uiteraard Jesjoea — niemand is opgestaan uit de doden sinds de schepping van deze wereld, zie II Pet. 3:4, “…En zeggen:  Waar is de belofte van Zijn toekomst ? Want van die dag, dat de vaderen ontslapen zijn, blijven alle dingen alzo gelijk van het begin der schepping…”

In evangelische kringen wordt geleerd dat Henoch en Elia ten hemel werden opgenomen. In het Nieuwe Testament komen we een aantal citaten tegen van zowel Petrus als Paulus die hier niet mee in overeenstemming zijn. Uit deze citaten blijkt dat geen enkel menselijk wezen, uitgezonderd Jesjoea, is opgestaan uit de doden.

Om uit deze patstelling te komen is het noodzakelijk de bovengenoemde teksten uit het Oude Testament (Gen. 5:22-24 en II Kon. 2:1, 11) in een bredere context te plaatsen. Vervolgens kunnen we de teksten opnieuw gaan bestuderen en interpreteren.

De Opname van Henoch

Uit het boek Genesis zouden we de conclusie kunnen trekken dat Henoch werd opgenomen naar G’ds aanwezigheid in de hemel. Het werkwoord ‘nam’ (hebr. lakach) betekent: wegnemen, verwijderen, wegvoeren. Het werkwoord heeft geen unieke betekenis in de zin van het wegnemen van het leven, wegnemen van zonde of iets dergelijks. In de Septuagint wordt voor het werkwoord ‘nam’ (gr. Metethēken) gebruikt. Het verschijnt verschillende keren in zowel het OT [1,2,3] als NT [4,5,6] en betekent: verandering van plaats, herplaatsen, verplaatsing, overplaatsing, opnieuw vestigen. Dit wekt sterk de indruk dat we het werkwoord ‘nam’ moeten lezen als een beweging van de ene lokatie naar de andere. Het woord houdt geen verband met een verandering, verhoging, of verheerlijking van het aardse leven, en spreekt nergens over het opnemen naar een bepaalde vorm of positie van onsterfelijkheid.

Henoch werd niet opgenomen in de hemel en ontving geen onsterfelijkheid. Hij werd verplaatst naar een andere lokatie opdat hij de dood niet zou zien. Verder blijkt uit de Hebreeënbrief dat ze hem zochten [7]. En uit de brief van Judas zouden we kunnen opmaken dat er vijandschap was tussen Henoch en zijn tijdgenoten naar aanleiding van zijn profetische woorden en hij wellicht met de dood werd bedreigd [8]. Blijkbaar ging men er vanuit dat Henoch zich ergens anders gevestigd had, weliswaar middels een g’ddelijk ingrijpen en op een onbekende plek, maar in ieder geval nog steeds op aarde was. Uiteindelijk stierf Henoch in het geloof, zoals de brief aan de Hebreeën ons wil leren: de beloften niet verkregen hebbende, maar heeft deze van verre gezien, geloofd, omhelsd en beleden [9].

De Opname van Elia

Het jaar waarin Elia werd opgenomen en weggedragen werd, in een wervelwind, was 852 v. Chr. In dat jaar regeerde koning Joram (zoon van Achab) over het noordelijk gedeelte van Israël [10]. Elisa volgde Elia op als profeet [11]. In het zuidelijke gedeelte regeerde Joram (zoon van Josafat) naast zijn vader vanaf 853 v. Chr., en werd definitief koning over Juda in 848 v. Chr. [12]. Vanaf 852 tot 841 v. Chr. was er dus een Joram in Juda alsook een Joram in Israël. Koning Joram van Juda werd afvallig en wendde zich tot de afgoden [13]. Het jaar voordat Joram stierf (842 v. Chr.), tien jaar nadat Elia was weggenomen, ontving hij een brief van Elia [14]. Elia was blijkblaar nog steeds op aarde, in leven, en in dienst van de G’d van Israël. Sommigen dachten dat Elia in de bergen zat. Er werd intensief naar hem gezocht, maar hij werd niet gevonden [15]. Blijkbaar ging men er van uit dat Elia zich ergens anders gevestigd had, weliswaar middels een g’ddelijk ingrijpen en op een onbekende plek, maar in ieder geval nog steeds op aarde was. Ook hier wordt niet gesproken over een verandering, verhoging, of verheerlijking van het aardse leven en evenmin over het opnemen naar een bepaalde vorm of positie van onsterfelijkheid.

Wanneer nu in II Kon. 2:11 gezegd wordt dat Elia in een stormwind ten hemel voer, kan dit dus niet betekenen dat hij in de eigenlijke hemel, de verblijfplaats van de engelen, werd opgenomen. De term ‘hemel’ heeft echter meerdere betekenissen in de Bijbel en er wordt ook gesproken van de vogelen des hemels [16], de dauw des hemels [17], en de sterren des hemels [18]. Dit taalgebruik maakt duidelijk dat de term ‘hemel’ in II Kon. 2:11 heel wel de luchthemel of de wolkenhemel kan aanduiden.

Elia werd, evenals Henoch, niet opgenomen in de hemel der engelen en ontving geen vorm van onsterfelijkheid. Hij werd door de lucht weggedragen naar een onbekende lokatie waar hij G’d bleef dienen. Uiteindelijk stierf ook Elia in het geloof, zoals de brief aan de Hebreeën ons wil leren: hebbende door het geloof getuigenis gehad maar de belofte niet verkregen [19].

De Opwekking en Tenhemelopneming van Jesjoea

Jesjoea werd na zijn lijden begraven. Na drie dagen in de dood te zijn geweest werd Hij opgewekt. Afgezien van het lijden, zou dit ook gebeurd zijn wanneer Jesjoea een natuurlijke dood gestorven was. Immers, Jesjoea had de dood niet verdiend. Het opstandingslichaam van Jesjoea was onsterfelijk. Het natuurlijke sterfelijke lichaam was getransformeerd (veranderd) naar een onsterfelijk lichaam. En na veertig dagen werd Jesjoea vervolgens opgenomen in de hemel.

Hieruit blijkt dat allereerst ons natuurlijke aardse leven afgelegd dient te worden voordat we een onsterfelijk lichaam kunnen ontvangen; tenzij, en dat is de enige uitzondering, we nog in dit aardse leven zijn bij de wederkomst [20]. Dit laatste was bij Henoch en Elia niet aan de orde aangezien Jesjoea zelf nog niet was geboren, laat staan terug zou kunnen keren op aarde. Bovendien is het de vraag of het in principe mogelijk was om een opstandingslichaam te ontvangen vóórdat Jesjoea zelf zou zijn opgewekt als eerstgeborene uit de doden. In ieder geval lijkt dit in strijd te zijn met de gedachte van het Johannes evangelie, dat Jesjoea zelf de gestorven gelovigen zal opwekken [21] .

Henoch en Elia kunnen aldus niet opgenomen zijn in de hemel ten eerste omdat Henoch (en Elia) de dood niet hebben gezien zoals de Hebreeënbrief ons leert [22]. De uitdrukking: ‘de dood niet gezien hebben’ duidt impliciet op iets anders dan op een zogenaamde opname. In de tweede plaats, en dit is veel belangrijker, was Jesjoea zelf nog niet uit de doden opgewekt ten tijde van Henoch en Elia. De ten hemel opname van Jesjoea is dus fundamenteel verschillend van hetgeen we bestudeerd hebben over Henoch en Elia.

Samenvatting en Conclusies

Bij het openen van de Bijbel worden we regelmatig verrast door tegenstellingen, tegenstrijdigheden en andere eigenaardigheden waar we vaak geen raad mee weten. We weten of voelen aan dat er iets niet klopt. Deze tegenstrijdigheden blijken bij nader inzien vaak paradoxen te zijn, zo ook hier !

Enerzijds werden we geconfronteerd met de traditionele uitleg betreffende de opname van Henoch en Elia, namelijk een opname die min of meer gelijkwaardig was aan de opname van Jesjoea, met de uitzondering dat Henoch en Elia de dood niet zouden hebben gezien. Anderzijds met citaten van Paulus en Petrus die aangeven dat er geen enkel menselijk wezen sinds de schepping is opgestaan uit de doden en geen enkel menselijk wezen onsterfelijkheid heeft aangenomen, behalve Jesjoea.

Hieruit kunnen we concluderen dat de opname van Henoch en Elia geen overgang naar onsterfelijkheid kan zijn geweest. Henoch en Elia zijn uiteindelijk, evenals alle andere gelovigen, gestorven. De brief aan de Hebreeën geeft duidelijk aan hierop geen uitzondering te maken. Henoch en Elia hebben, evenals alle andere overleden gelovigen, geen notie van het verstrijken van de tijd. Zij “wachten” nu a.h.w. op de wederkomst van Jesjoea. Henoch en Elia zullen, evenals als alle andere gelovigen, opgewekt worden tot een leven dat onsterfelijk is bij de wederkomst van Jesjoea. Een hoopvol “wachten” dat iedere gelovige, in leven of in de dood, met deze geloofshelden mag delen!

Bijbel Index:

[1]     Deut. 27:17

[2]     Jes. 29:14

[3]     I  Kon. 21:25

[4]     Hand. 7:16

[5]     Jud. 4

[6]     Heb. 7:12

[7]     Heb. 11:5

[8]     Jud 14-16

[9]     Heb. 11:13

[10]   II Kon. 1:17; 3:1

[11]    II Kon. 2:1, 11

[12]    II Kon. 8:16

[13]    II Kron. 21:11

[14]    II Kron. 21:12-15

[15]    II Kon. 2:17

[16]    I Sam. 17:44, 46; I Kon. 14:11; 16:4; Cp. Gen. 1:20

[17]    Gen. 27:28, 39

[18]    Gen. 22:17; 26:4

[19]    Heb. 11:32, 40

[20]    I Thess. 4:16-17

[21]     Joh. 6:39-40

[22]    Heb. 11:5

Advertisements

1 Response to “Bijbelse Paradoxen (Deel II): De Opnames van Henoch & Elia versus de Opwekking en Tenhemelopneming van Jesjoea”


  1. 1 RBLS De Jong November 11, 2013 at 5:12 pm

    Goed artikel Erik en duidelijk, voor mij niet zo verrassend agz dit in onze kerk als zodanig wordt geleerd. Ik wil er nog wel aan toevoegen dat op het moment van 1Thes 4:16,17, degenen die dan in leven zijn en opgenomen worden dat ook zal gebeuren op de wijze die jij als zodanig beschrijft met deze woorden: ‘Hieruit blijkt dat allereerst ons natuurlijke aardse leven afgelegd dient te worden voordat we een onsterfelijk lichaam kunnen ontvangen; (tenzij, en dat is de enige uitzondering, we nog in dit aardse leven zijn bij de wederkomst). In feite begint dan Gods Koninkrijk, dus fysiek zullen deze mensen dan ‘sterven’ of zoals jij het mooier omschrijft: ‘ons natuurlijke leven afgelegd’, (want vlees en bloed zullen/kunnen Gods Koninkrijk niet beerven).
    Met compliment en hartelijke groet, Rolf BLS De Jong


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s





%d bloggers like this: