De Kruisiging van Jesjoea was op een Vrijdag

 

door Geert ter Horst

Crucifixion (Carl Bloch)

Crucifixion (Carl Bloch)

I. Inleiding: Het debat in messiaanse en evangelische kring

In messiaanse en bredere evangelische kring is er veel discussie over het probleem hoe de gegevens van de Synoptici rond de kruisiging van Jesjoea te verzoenen zijn met de de gegevens van het Evangelie van Johannes. Deze discussie betreft vooral de kalenderdatum van de kruisiging: vond deze plaats op de 14e of op de 15de Niesan? Naast, of te midden van, deze discussie is er ook veel onenigheid over de precieze weekdag van de kruisiging. Sommigen stellen, in overeenstemming met de gewone christelijke traditie, dat dit een vrijdag was. Anderen zijn er van overtuigd dat Jesjoea op een woensdag of donderdag werd gekruisigd.

Dit artikel wil alleen trachten duidelijkheid te verschaffen over de kwestie van de weekdag van de kruisiging. Was dit inderdaad een vrijdag, zoals de traditie stelt, of was het misschien een andere dag?

Deze laatste discussie draait voor een belangrijk deel om de uitleg van de term “Sjabbat” in verband met de graflegging, met name in Joh. 19:31, waar gezegd wordt:

Johannes 19:31
De Joden dan, opdat de lichamen niet aan het kruis zouden blijven op de Sjabbat, omdat het de voorbereiding was — want die dag van de Sjabbat was groot — baden Pilatus, dat hun benen zouden gebroken, en zij weggenomen worden

Een andere tekst die hier een grote rol speelt is Mt. 12:40, waar het verblijf van Jesjoea in het graf wordt gesteld op drie dagen en drie nachten:

Mattheus 12:40
Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, alzo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten wezen in het hart der aarde.

Zij die de opvatting zijn toegedaan dat Jesjoea op een woensdag of donderdag werd gekruisigd leggen de zojuist aangehaalde tekst uit Johannes zo uit alsof de aldaar genoemde Sjabbat niet de wekelijkse zou betreffen. Johannes zou hier de jaarlijke feestdag van Pesach ook “Sjabbat” hebben genoemd, ook al viel deze jaarlijkse Sjabbat op een andere dag dan de wekelijkse. In het tijdsverloop van de kruisiging tot aan de verrijzenis zou er aldus tweemaal een Sjabbat zijn: eerst een jaarlijks Sjabbat, de feestdag van Pesach, en daarna de wekelijkse Sjabbat. De verrijzenis zou volgens deze opvatting plaats hebben gevonden na of tegen het einde van de wekelijkse Sjabbat.

Voor deze uitleg van de tekst uit Johannes wordt veelal steun gezocht in de tekst uit Mattheus 12:40. Het belang van deze laatste tekst voor de bepaling van de dag (en datum) van de kruisiging ligt volgens velen in de mogelijkheid om de kruisigingsdag te bepalen met behulp van gegevens rond de dag van de verrijzenis (of andersom). Vanaf de dag van Jesjoea’s verrijzenis zou men dus drie volle dagen terug moeten tellen om de dag van de kruisiging te bepalen, of andersom, om de dag (en datum) van de verrijzenis te bepalen zou men drie volle dagen vooruit moeten tellen vanaf de kruisigingsdag.

De redenering is dan dat, indien Jesjoea na de wekelijkse Sjabbat is verrezen, hij onmogelijk op de daaraan voorafgaande vrijdag kan zijn gekruisigd. Want de tijdsperiode in het graf zou dan te kort zijn om als “drie dagen en drie nachten” te kunnen worden gerekend.

Op deze teksten zal ik in het hierna volgende nog uitvoerig terugkomen en pogen na te gaan of de boven voorgestelde uitleg ervan bevredigend is.

Naast bijbelse zijn er ook astronomische argumenten aangevoerd. In het jaar van de kruisiging van Jesjoea zou de 14de (of 15de) Niesan juist wel of juist niet op een vrijdag (of woensdag of donderdag) vallen.

Het astronomische debat over deze kwestie is erg speculatief omdat de precieze details van de joodse kalender zoals deze in de eerste eeuw functioneerde niet bekend zijn.

In de eerste plaats is daar het punt van de schrikkeljaren. Wat waren de richtlijnen volgens welke men af en toe een extra maand Adar invoegde? Chwolson bijvoorbeeld vermeldt dat dit niet alleen maar gebeurde om de kalender in overeenstemming te houden met de loop van het zonnejaar. Men voegde ook een maand in als het voorjaar lang uitbleef, de wegen drassig en onbegaanbaar waren voor de pelgrims naar de Jerusalem, en de oogst op zich liet wachten. Dit laatste punt was belangrijk in verband met het brengen van de Omer garve tijdens de Pesach week. De gerst moest geschikt zijn om te oogsten zodra het Pesach was. [1]

Een bijkomende factor van onzekerheid is dat voor de bepaling van het begin van een nieuwe maand de waarneming van de maansikkel een belangrijke factor was. Een maand kon 29 of 30 dagen duren en al of niet een bewolkte hemel kon soms de doorslag geven voor de dag waarop de nieuwe maand begon.

Aan het voorafgaande moet nog toegevoegd worden dat bovendien het jaar van Jesjoea’s kruisiging niet met zekerheid vaststaat. De opvattingen hierover lopen nogal uiteen. De jaren 29, 30 en 33 worden het meest genoemd. Een recente studie van Colin J. Humphreys gaat de astronomische mogelijkheden nog eens na en komt tot de conclusie dat de meest waarschijnlijke kruisigingsdatum is vrijdag 3 april 33. [2]

Aangezien men rekening moet houden met veel onbekende factoren is het moeilijk tot zeer moeilijk om langs astronomische weg de kalender te reconstrueren en zo enige zekerheid te bereiken aangaande de weekdag van Jesjoea’s kruisiging. Deze astronomische discussie zal ik dan ook buiten beschouwing laten en het onderzoek tot de bijbelse gegevens beperken.

II.     Het onderscheid tussen feestdag en Sjabbat

Het belangrijkste gegeven, waarin het Evangelie van Johannes en de Synoptici overeenstemmen, is dat de kruisiging plaatsvond op de dag voorafgaande aan een Sjabbat, en het is merkwaardigerwijze bij dit gegeven — dat op het eerste gezicht genomen duidelijkheid zou moeten verschaffen — dat de opinies uiteen gaan en de messiaanse en evangelische verwarring begint. Zoals reeds opgemerkt stellen allerlei uitleggers zich de vraag of het hier om een jaarlijkse of een wekelijkse Sjabbat ging. Met andere woorden: Ging het om de Sjabbat op de zevende dag van de week of om een jaarlijkse feestdag, die in beginsel op iedere dag van de week kan vallen?

Men gaat hierbij van de vooronderstelling uit dat ook de jaarlijkse feestdagen in de Bijbel “Sjabbat” worden genoemd. Deze vooronderstelling komt men ontelbare malen tegen in evangelische en messiaanse publicaties. In verband met de kruisiging wijst men dan in het bijzonder op Joh. 19:31 als een tekst die de geachte lijkt te ondersteunen dat een jaarlijkse feestdag een Sjabbat zou zijn.

Nader onderzoek van de bijbelse teksten wijst echter ondubbelzinnig uit dat deze vooronderstelling faliekant onjuist is.

In de Bijbel worden er maar drie zaken als “Sjabbat” aangeduid. Deze zijn de volgende:

(1)    De zevende dag van iedere week;

(2)    De Grote Verzoendag (Jom Kippoer);

(3)    Het zevende jaar van de zevenjaarlijkse cyclus voor het land, het Sjabbat jaar.

Alle andere feestdagen en hoogtijden en bijzondere perioden worden nimmer “Sjabbat” genoemd. Dit hangt nauw samen met de betekenis van de term “Sjabbat”.

“Sjabbat” betekent “volkomen rust” of “volkomen ophouden (van werk)” en deze term geeft een intensieve graad van het werkverbod aan binnen een bepaalde context. Op dagen en perioden die “Sjabbat” worden genoemd mag helemaal geen werk verricht worden. Er is ook een minder intensieve graad van het werkverbod, en de term daarvoor is “Sjabbaton”, die “rust” of “ophouden” betekent.

Wanneer we de bijbelse wetgeving over de wekelijkse Sjabbat en de feestdagen bekijken, zien we dat deze in overeenstemming is met deze terminologie. Het onderscheid tussen de jaarlijkse feestdagen en de Sjabbat is dat er op de wekelijkse Sjabbat in het geheel geen werk gedaan mag worden (Lev. 23:3), terwijl er op de feestdagen geen dienstwerk gedaan mag worden (Lev. 23:7-8, 21, 25, 35-36). Uit de bijbelse gegevens blijkt dat dit onderscheid voornamelijk erop neerkomt dat op de feestdagen — wanneer ze niet op een wekelijkse Sjabbat vallen — spijzen bereid en gekookt mogen worden, terwijl dit op de wekelijkse Sjabbat niet is toegestaan (Ex. 12:16; 16:23).

Terugkerend naar de drie zaken waarvoor de term “Sjabbat” gebruikt wordt, zien we dat dit inderdaad klopt. Er is maar één jaarlijkse feestdag die als “Sjabbat” wordt aangeduid, en dat is de Grote Verzoendag. Het werkverbod van de Grote Verzoendag is namelijk gelijk aan dat van de wekelijkse Sjabbat. Er mag op die dag in het geheel geen werk verricht worden (Lev. 23:27-32).

Evenzo is het werkverbod op het land gedurende het Sjabbat-jaar gelijk aan dat van de wekelijkse Sjabbat. Er mag gedurende dat jaar in het geheel geen werk op de akkers worden verricht (Lev. 25:4-5).

Het wordt nu duidelijk waarom de overige feestdagen, zoals eerste en de zevende dag van de Pesach, Rosh HaShanah, de feestdag van het Loofhuttenfeest en het Slotfeest (Sjemini Atzeret) nooit “Sjabbat” worden genoemd. Op die dagen geldt immers het intensieve werkverbod van de wekelijkse Sjabbat niet. Er mogen spijzen bereid worden en deze mogen zelfs worden gekookt. Deze dagen worden dan ook soms wel “Sjabbaton” genoemd (Lev. 23:24, 39), nooit echter “Sjabbat”.

Voor het onderscheid tussen de termen “Sjabbat” en “Sjabbaton” is met name belangrijk Leviticus hoofdstuk XXIII. De vertalingen zijn echter wat dit onderscheid betreft niet altijd betrouwbaar en dat heeft wellicht ook aan de misverstanden hierover bijgedragen. De Septuagint is echter nauwkeurig en neemt het onderscheid terminologisch over met de Griekse termen “Sabbatoon” (voor het Hebr. “Sjabbat”) en “Anapausis” (voor het Hebr. “Sjabbaton”).

De onderscheiden terminologie wat betreft Sjabbat en feestdag wordt niet alleen in de Pentateuch maar in heel de Tenach volgehouden. We zien nimmer dat de jaarlijkse feestdagen met de term “Sjabbat” worden aangeduid. In de Evangelieën en het NT in het algemeen wordt het onderscheid tussen Sjabbat en feestdag dan ook nauwkeurig gehandhaafd. In het Evangelie van Johannes worden de feestdagen — daar meestal “feestdagen der Joden” genoemd — nooit als “Sjabbat” aangeduid. Johannes zegt nooit zoiets als: “…En er was een Sjabbat van de Joden” of iets dergelijks. Sjabbat en feestdagen worden nauwkeurig uit elkaar gehouden. 

III.    De “grote Sjabbat” van Johannes 19:31

Er is geen reden om aan te nemen dat het met het onderscheid tussen Sjabbat en feestdag anders gesteld zou zijn in Joh. 19:31. Johannes zegt daar dat het de Voorbereiding was. In 19:14 had hij al aangegeven dat het de Voorbereiding van Pesach, dus van een feestdag, was. In 19:31 preciseert hij dit met te zeggen dat het de Voorbereiding voor de Sjabbat was. Hij verduidelijkt dit laatste dan door er bij te voegen: “want die dag van de Sjabbat was groot”. Met andere woorden: Deze Sjabbat was bijzonder of “groot”, want hij viel samen met de feestdag van Pesach.

Deze gegevens van het Johannes Evangelie kloppen met de gegevens van de Synoptici. Bij de Synoptici wordt bij de graflegging niet vermeld dat het de voorbereiding van Pesach was, maar wel dat het de dag voorafgaande aan de Sjabbat was, zoals in Markus 15:42. Er is geen enkele aanleiding om hier te denken dat dit geen wekelijkse Sjabbat zou zijn. De Synoptici volgen de gewone terminologie, zoals ik die hierboven heb uiteengezet.

Voor de volledigheid wijs ik nog op een bijzondere tekst bij Lukas, die soms gelegenheid tot speculatie heeft gegeven. Dit is Lk. 6:1, waar gesproken wordt over de “tweede eerste Sjabbat”. Deze op het eerste gezicht bevreemdende uitdrukking heeft te maken met het begin van de Omertelling. Het schijnt dat de termen “grote Sjabbat” of “eerste Sjabbat” in de eerste eeuw gebruikt werden om de Sjabbat aan te geven die onmiddellijk aan de Omertelling voorafging. De Omertelling begint immers volgens Lev. 23:11 op de dag na de Sjabbat en in de context van dit hoofdstuk valt hier alleen aan de wekelijkse Sjabbat te denken. De tekst wijst terug naar 23:3. Er moesten zeven volkomen Sjabbatot geteld worden en de Sjabbat die onmiddellijk aan het begin van de telling voorafging was dus bijzonder belangrijk. Deze werd als “grote” of “eerste” Sjabbat aangeduid. [3]

De eerste Sjabbat van de Omertelling zelf — de zevende dag dus vanaf het begin van deze telling — kreeg hierdoor de bijnaam “tweede eerste Sjabbat”, want hij was wel de eerste Sjabbat van de reeks van zeven Sjabbatot, maar niettemin de tweede ten opzichte van die “grote” of “eerste” Sjabbat waarna de telling begon. Lukas gebruikt deze benaming om te laten zien dat het eten van het nieuwe graan door de leerlingen geoorloofd was. De Omertelling was immers al bezig.

De conclusie uit het voorafgaande moet dus zijn dat de kruisiging volgens het Evangelie van Johannes plaatsvond op een vrijdag, omdat de 14de Niesan toen op een vrijdag viel. Het was de voorbereiding van Pesach én de voorbereiding van de wekelijkse Sjabbat, omdat de feestdag van Pesach dat jaar klaarblijkelijk samenviel met een een gewone wekelijkse Sjabbat. 

IV.    De “drie dagen en drie nachten” van Mattheus 12:40

Nu wordt hier vaak tegenin gebracht dat Jesjoea “drie dagen en drie nachten” in het graf moet hebben gelegen, volgens een bepaalde uitleg van Mt. 12:40. Sommigen hebben hieruit afgeleid dat de grafrust van Jesjoea dus zo’n 72 uur geduurd moet hebben. Deze opvatting is echter gebaseerd op een verkeerd verstaan van de uitdrukking: “drie dagen en drie nachten”.

Er zijn enkele andere teksten waarin deze uitdrukking ook voorkomt, en het bekendste geval hiervan is te vinden in het boek Esther. In Est. 4:16 roept koningin Esther een vasten uit van drie dagen en nachten. Uit de loop van het verhaal blijkt echter dat deze vasten nooit letterlijk drie dagen en drie nachten, dus 72 uur, geduurd kan hebben. De vasten begon namelijk op dezelfde dag dat deze door Esther werd uitgeroepen. Van de eerste dag was toen al een behoorlijke tijd verstreken. De eerste dag was dus incompleet. En we zien dat tijdens de derde dag, niet ná de derde dag, Esther voor de koning verschijnt. De vasten zal dus afgelopen zijn zodra Esther levend en behouden van de koning vandaan kwam, en de derde dag was dus ook incompleet.

Iets soortgelijks vinden we in I Sam. 30:11-12, waar een Egyptische jongen in het veld wordt gevonden die “drie dagen en drie nachten” niet gegeten of gedronken had. Gezien de omstandigheden van de oorlogsontberingen en ziekte (in :13-14) is onwaarschijnlijk dat dit een periode van 72 uur was. Iemand wordt al ernstig verzwakt als hij twee dagen niet eet of drinkt, zeker als hij daarbij ook nog ziek is.

Hoe dit ook zij, in Est. 4:16 is het glashelder dat de uitdrukking “drie dagen en drie nachten” niet een periode van 72 uur aanduidt, maar aangeeft een tijdsbestek dat begint tussen een eerste en een derde dag, waarbij alleen de tweede dag helemaal compleet behoeft te zijn. 

V.    Conclusie: De kruisiging was op een vrijdag

Gezien de bovenstaande argumenten lijdt het geen twijfel dat Jesjoea’s kruisiging inderdaad plaatsvond op een vrijdag en de opstanding enige tijd na de voltooiing van de wekelijkse Sjabbat. Volgens het Evangelie van Johannes viel deze Sjabbat in het jaar van de kruisiging samen met de eerste feestdag van Pesach (15 Niesan).

VI.    Epiloog: De betekenis van de kruisiging op vrijdag

Deze orde van de gebeurtenissen is in harmonie met de symbolische en liturgische betekenis ervan. De Messias volbrengt aldus het werk van de verlossing op de zesde dag van de week, dezelfde dag waarop G’d eens het scheppingswerk volbracht. En de Messias wordt opgewekt uit de doden op de eerste dag van de nieuwe week, zodat de dag waarop de nieuwe schepping aanvangt dezelfde weekdag is waarop eens voor het eerst het licht scheen in de duisternis (Gen. 1:3). Gedurende de Sjabbat rust de Messias in het graf.

In de wekelijkse liturgische orde worden deze gebeurtenissen telkens weer her-beleefd en weerspiegeld.

Op de vrijdag komt ons dagelijks werk tot een voorlopig einde en nemen we extra taken op ons in verband met de komende Sjabbat. Ons dagelijks werk, en het extra werk van de voorbereiding van de Sjabbat, dienen voor ons te zijn een wijze van onszelf verloochenen in dienstbaarheid aan HaSjeem, een dragen van ons kruis in het volgen van de Messias (Mt. 16:24-25).

Op de Sjabbat is daar de plechtige pauze, waarop we anticiperen op de definitieve voltooiing van ons werk. Op die dag beleven we in het bijzonder dat we met Jesjoea gestorven zijn en dood zijn voor deze wereld, en dat deze wereld dood is voor ons (cf. Rom. 6:3-13; Gal. 2:19-20; 6:14).

Na de Sjabbat beginnen we de nieuwe week met het maken van havdalah, de rituele scheiding tussen de Sjabbat en de weekdag. Dit doen we met het ontsteken van nieuw vuur, het ruiken aan specerijen en het drinken van een nieuwe beker wijn. Het nieuwe vuur is een herinnering aan de schepping van het licht op de eerste dag én een anticipatie van de vernieuwing van de schepping in de Komende Wereld. Het is daarom ook een herinnering aan de verrijzenis van Jesjoea, die immers het beginsel en de grondslag is van de vernieuwing van de schepping. Het ruiken aan specerijen herinnert aan de specerijen die de vrouwen naar het graf brachten en die niet meer nodig waren. De wijn is een anticipatie van de beker die Jesjoea zal opnemen bij het aanbreken van het Koninkrijk (Lk. 22:18).

In de opeenvolging van de drie dagen vrijdag-Sjabbat-zondag wordt dus iedere week het verlossingswerk van de Messias op een bijzondere wijze liturgisch en symbolisch tegenwoordig gesteld. Daarin wordt ook de centrale betekenis duidelijk van de Sjabbat, waarin de eerste schepping zijn doel en voltooiing bereikt en vatbaar gemaakt wordt voor de vernieuwing in de herschepping. Op de Sjabbat hebben we de gelegenheid ons steeds meer vatbaar te maken voor deze vernieuwing door ons te verenigen met de Messias in het vieren van de Maaltijd des Heren, door het horen en bestuderen van de Torah en de profeten.

Al deze rijke symbolische en liturgische verbanden ontbreken bij een opvatting die de kruisiging op een woensdag stelt en deze zo losmaakt van het aanbreken van de Sjabbat, vooral wanneer dit ook nog gepaard gaat aan de gedachte dat de verrijzenis op de Sjabbatmiddag zou hebben plaatsgevonden. De consequenties van deze opvatting zijn om die reden vanuit symbolisch en liturgisch gezichtspunt ongelukkig. Natuurlijk is deze ongelukkigheid op zich genomen geen weerlegging. Wel is zij volgens mij een heuristische indicatie van een mankement — zoals ook het symbolisch en liturgisch conveniërende van de kruisiging op vrijdag een heuristische indicatie is van de juistheid van de opvatting die hiervan uitgaat.

___________________

[1] Chwolson, p. 45: «Man schaltete einen Monat ein und verschob alle Feste auf einen ganzen Monat, wenn die Landstrassen verdorben, die Brücken zerstört, die Oefen zum braten der Passalämmer vom Regen zerweicht waren und dann auch wenn man wusste, dass die Pilger aus der Diaspora nog unterwegs waren und zum Feste nicht rechtzeitig anlangen könnten.» [D. Chwolson, Das letzte Passamahl Christi und der Tag seines Todes nach den in Übereinstimmung gebrachten Berichten der Synoptiker and des Evangelium Johannis, Haessel Verlag — Leipzig 1908.]

[2] Humphreys p. 80: «All the evidence for the date of the crucifixion supports Jesus dying at 3 p.m. on Friday, April 3, ad 33. This date corresponds to Nisan 14 in the Jewish calendar.» Om meerdere redenen, die te maken hebben met de bredere argumentatielijnen in Humphreys boek beschouw ik dit resultaat met enige scepsis. [Colin J. Humphreys, The Mystery of the Last Supper. Reconstructing the Final Days of Jesus, Cambridge University Press — New York · Melbourne · Madrid · Cape Town · Singapore · São Paulo · Delhi · Tokyo · Mexico City 2011.]

[3] Chwolson, p. 65: «Der Sabbat des Osterfestes bekam dann eine grosse Bedeutung; denn er war, wie wir gleich sehen werden, der erste der 50 zu zählenden Tage, weshalb er auch der grosse Sabbat genannt wurde; dann zählte man sieben Wochen und zwar nicht nach Wochen als solche, sondern nach den sieben Sabbaten, von denen der erste nach dem Osterfeste wirklich δευτερόπρωτον war.» [D. Chwolson, Das letzte Passamahl Christi.]

Advertisements

8 Responses to “De Kruisiging van Jesjoea was op een Vrijdag”


  1. 1 RBLS De Jong March 6, 2014 at 9:15 pm

    Beste Geert, er zijn 100 argumenten waarom een vrijdag kruisiging niet klopt, even een simpel voorbeeld: “En op de eerste dag der week ging Maria Magdalena vroeg, toen het nog duister was, naar het graf; en zag de steen van het graf weggenomen”. Nog voor de dag aanbrak, was het graf leeg, was Jezus Christus opgestaan.” 3 dagen en 3 nachten, hier blijf je gewoon steken op twee dagen en twee nachten, zal ook wel weer weggeredeneerd kunnen worden want ieder mag geloven wat hij wil, maar bijbels klopt dit gewoon niet.
    Denk je dat de Christus niet wist hoeveel uren er in een dag zitten:
    Joh 11:9, ‘9 Jezus antwoordde: Zijn er niet twaalf uren in den dag?’

    Ander puntje:”In Mark. 16 : 1 lezen we het volgende: “En toen de sabbat voorbijgegaan was, hadden Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus, en Salome specerijen gekocht, opdat zij kwamen en Hem zalfden”. In Jezus’ tijd werden de doden gezalfd, en er werden specerijen in het graf geplaatst. Het lichaam werd in die tijd namelijk niet begraven, en op deze manier ging men de sterke ontbindingslucht tegen. Aangezien Jezus’ lichaam vlak voor de Sabbat begraven werd, konden de vrouwen geen specerijen kopen. Dit deden zij ná de Sabbat!
    Wanneer we nu gaan kijken naar Luk. 23 : 55 – 56, dan moet ons iets opvallen: “En ook de vrouwen, die met Hem gekomen waren uit Galilea, volgden na en aanschouwden het graf, en hoe Zijn lichaam gelegd werd. En weergekeerd zijnde, bereidden zij specerijen en zalven; en op de sabbat rustten zij naar het gebod”. Hier staat dus dat zij vóór de Sabbat specerijen bereiden en daarna rustten!

    Of de Bijbel is in tegenspraak, of we hebben hier inderdaad te maken met, zoals we reeds zagen, twee Sabbatten. Aangezien de Bijbel nooit in tegenspraak is, omdat God niet liegen kan, is er maar één antwoord mogelijk. We hebben te maken met twee Sabbatten. Eén wekelijkse Sabbat, en één jaarlijkse Hoogtijd-Sabbat! Wanneer we Mark. 16 en Luk. 23 samenvoegen, moeten we tot de conclusie komen dat de vrouwen de specerijen kochten na de Hoogtijd-Sabbat (wat Markus zegt), ze bereidden, en daarna rustten zij op de wekelijkse Sabbat (wat Lukas zegt). De twee Sabbatten zijn dus gescheiden door één werkdag! En ná die wekelijkse Sabbat ontdekten zij dat het graf geopend was (Luk. 24 : 2).

    Wat we nu weten, is dat op de eerste dag van de week (zondag) het graf leeg is. De dag daarvoor was het Sabbat. De dag daarvoor (de vrijdag) was een werkdag, waarop de specerijen gekocht en bereid werden. De donderdag daarvoor was de Hoogtijd-Sabbat. En de dag daarvoor (woensdag!!!) werd de Jeshua gekruisigd en begraven!
    Het Laatste Avondmaal werd dus gehouden op een dinsdagavond! En nu zien we ook dat Gods Woord klopt tot op de letter, want nu zijn er drie dagen en drie nachten, die de Heere Jezus/Jeshua in het graf en in het hart der aarde is geweest!

    Kruisiging vond plaats in jaar 30, 14 Abib op woensdag, zonder postponements, komen pas met Hillel 2, een paar honderd jaar later, wanneer een ‘berekende’ (fixed) kalender wordt ingevoerd.

    Tot zover eerste reactie, groet!

    • 2 messianic613 March 10, 2014 at 5:46 pm

      Aangezien in deze comment nogal wat aan de orde komt, zal ik hem in een aantal onderdelen opsplitsen en per onderdeel beantwoorden.

    • 3 messianic613 March 10, 2014 at 6:05 pm

      RBLS de Jong:
      Er zijn 100 argumenten waarom een vrijdag kruisiging niet klopt, even een simpel voorbeeld: “En op de eerste dag der week ging Maria Magdalena vroeg, toen het nog duister was, naar het graf; en zag de steen van het graf weggenomen”. Nog voor de dag aanbrak, was het graf leeg, was Jezus Christus opgestaan.” 3 dagen en 3 nachten, hier blijf je gewoon steken op twee dagen en twee nachten, zal ook wel weer weggeredeneerd kunnen worden want ieder mag geloven wat hij wil, maar bijbels klopt dit gewoon niet. Denk je dat de Christus niet wist hoeveel uren er in een dag zitten: Joh 11:9, ‘9 Jezus antwoordde: Zijn er niet twaalf uren in den dag?’

      Antwoord van Messianic613:
      Het gaat er hier niet om hoeveel uren er in een dag zitten maar op welke wijze er in de Bijbel en de tijd van Jesjoea de dagen geteld werden. In zijn commentaar op Jona merkt William Kelly hierover op: “So our Lord Jesus, though by Jewish reckoning three days and three nights in the grave, literally lay there but the whole of Saturday — the Sabbath, with a part of Friday not yet closed, and before the dawn of Sunday. For we must always remember in these questions the Jews’ method of reckoning. Part of a day regularly counted for the four-and-twenty hours. The evening and the morning, or any part, counted as a whole day”. [1] Dat deze — zogenaamd inclusieve — wijze van tellen inderdaad werd gevolgd zal ik hieronder aantonen.

      Een eerste indicatie dat de uitdrukking “drie dagen en drie nachten” van Mt. 12:40 niet op een modern-westerse wijze letterlijk moet worden genomen, blijkt reeds uit de tegenstrijdigheid die dan zou volgen met het gegeven van de verrijzenis op de derde dag. Paulus verkondigt in I Cor. 15:4 dat Jesjoea op de derde dag werd opgewekt. Dit wordt ook in de Evangelien gezegd. In het Evangelie van Mattheus vinden we aankondigingen van de verrijzenis op de derde dag in Mt. 16:21; 17:23; en 20:19. Als Jesjoea nu letterlijk drie dagen en drie nachten in het graf had gelegen zou het onmogelijk zijn te spreken van een verrijzenis op de derde dag. Dan zou men moeten spreken van een verrijzenis na de derde dag, dus op de vierde dag. Er is echter geen tekst die die zoiets zegt. Weliswaar spreekt Mt. 27:63 van “na drie dagen”, maar dit moet blijkens de context begrepen worden als equivalent aan “op de derde dag”, aangezien in :64 wordt gevraagd het graf te bewaken “tot de derde dag toe” — dat wil zeggen tot en met de derde dag. Als de verrijzenis pas zou plaats vinden nadat er drie dagen en nachten in het graf verstreken waren, zouden de Farizeeën en overpriesters aan Pilatus gevraagd hebben het graf te laten bewaken tot en met de vierde dag.

      De leerlingen die op de opstandingsdag naar Emmaüs gingen zeggen evenwel dat het de derde dag was sinds “deze dingen geschied zijn” (Lk. 24:21) — namelijk de overlevering en kruisiging (in :20). Dit is onverenigbaar met een grafrust van drie volle dagen.

      Deze eerste indicatie van een inclusieve telling zien we bevestigd wanneer we andere schriftgedeelten die over drie dagen en drie nachten spreken vergelijken met de uitdrukking in Mt. 12:40. Op deze gedeelten, die ik in het artikel reeds genoemd, I Sam. 30:12 en Est. 4:16, zal ik hier nog wat nader ingaan.

      In Sam. 30:11-12 wordt gezegd dat de Egyptische jongen die in het veld werd gevonden “gedurende drie dagen en drie nachten” niet had gegeten of gedronken. De jongen zelf vertelt (in :13) echter dat hij drie dagen — niet: vier dagen — geleden ziek was achtergelaten. Naar alle waarschijnlijkheid werden deze drie dagen dus inclusief geteld en was de eerste dag hiervan de dag waarop de jongen ziek was geworden en de derde dag de dag waarop hij werd gevonden en te eten kreeg.

      Nog duidelijker is deze inclusieve telling in het Boek Esther. De opdracht van koningin Esther aan de Joden was een driedaagse vasten: “Ga, vergader al de Joden die te Soesjan gevonden worden, en vast voor mij, en eet of drinkt niet, in drie dagen, nacht noch dag; ik en mijn dienaressen zullen op dezelfde wijze vasten, en dan zal ik tot de koning gaan ondanks het verbod; kom ik om, dan kom ik om.” (Est. 4:16). We zien nu vervolgens dat Esther niet na de derde dag maar op de derde dag naar de koning gaat. Toen ze enige tijd later behouden van de koning vandaan kwam was de vasten afgelopen. De reden voor deze vasten was immers dat het op straffe een doodvonnis verboden was ongeroepen tot de koning te naderen. De derde dag van deze vasten werd dus niet voltooid. Maar ook de eerste dag van deze drie dagen werd er niet volledig gevast, aangezien dit de dag was waarop de vasten werd uitgeroepen. Er was dus al een nacht en een gedeelte van de eerste dag verstreken. Toch werd het als een driedaags vasten gerekend, omdat er drie kalenderdagen in betrokken waren en de vasten een gedeelte van de eerste dag, de volledige tweede dag, en een gedeelte van de derde dag besloeg.

      Er mogen dan wel 12 (of 24) uren in een dag (en nacht) zitten, maar het zou onzinnig zijn hieruit af te leiden dat de Joden in het Boek Esther een vasten van 72 uur hebben gehouden. Dit zou ook een volkomen onmogelijke opgave zijn. Met Réné Pache kan men hier stellen: “Uit deze teksten blijkt, dat bij de Hebreeërs, (net als bij ons vaak wettelijk geldt) een gedeelte van een dag als een hele dag gold, hetgeen werd aangeduid door de uitdrukking ‘één dag en één nacht’ Wij herinneren in verband hiermee aan hetgeen wij al eerder hebben gezegd over de noodzaak om de verhalen en uitdrukkingen in de Bijbel in hun historische en culturele samenhang te plaatsen. Als we dat niet doen, gaan we noodzakelijkerwijs tegenstrijdigheden uitdenken die nooit in de bedoeling van de schrijver of van de lezers lagen”. [2]

      Op vergelijkbare wijze kunnen de drie dagen en drie nachten van Mt. 12:40 een periode betekenen waarin drie kalenderdagen in betrokken waren. Een gedeelte van de eerste dag (vrijdag), de volledige tweede dag (Sjabbat), en een gedeelte van de derde dag (zondag). Dit heeft niets te maken met het wegredeneren van een dag. Er is sprake van een periode van drie dagen. Deze periode wordt echter op een voor ons niet vanzelfsprekende wijze geteld, namelijk op inclusieve wijze, waarbij de begindag wordt meegeteld en een dag die maar gedeeltelijk wordt bestreken toch als een dag van de periode wordt gerekend.

      Dat Jesjoea is opgestaan nog voor het licht werd op de eerste dag der week, is hiermee volledig in overeenstemming. De zondag begint naar bijbelse berekening zodra de Sjabbat is afgelopen. De verrijzenis heeft volgens deze gegevens plaatsgevonden tussen het uitgaan van de Sjabbat en het lichten van de volgende dag, dus gedurende het nacht-gedeelte van de eerste dag der week.

      De inclusieve wijze van tellen is in de Bijbel niet beperkt tot het tellen van dagen. Men ziet ze ook bij de berekeningen van de regeringsjaren van koningen. John Nelson Darby merkt in dit verband op: “As to the “three days and three nights;” it is the regular way of Jewish computation. Even in years, if a king began to reign at the end of the year, the whole year was counted to him; so if one had been a part of the same, to him too, so that this has to be taken into account in chronology”. [3]

      Deze wijze van tellen is systematisch verkend en uitgewerkt door Willis J. Beecher in het kader van de behandeling van moeilijkheden bij het reconstrueren van de chronologie van de koningen van Israel en Juda. [4] Beecher komt tot de conclusie dat de regeringsjaren der koningen gerekend worden vanaf 1 Niesan (Aviv), ongeacht de datum van de troonsbestijging, en dat het gehele jaar waarin een koning sterft of ophoudt te regeren nog bij zijn regeerperiode wordt gerekend. Een koning die dus in Adar de troon zou bestijgen en in Ijar van het volgend jaar zou sterven zou dus de facto slechts drie maanden maar volgens de officiële rekenwijze twee jaar geregeerd hebben. Dit is het zelfde principe van inclusieve telling als we hierboven hebben gezien bij de dagen tussen de kruisiging en de verrijzenis van Jesjoea. Een gedeelte van een dag wordt voor een hele dag gerekend. Bij de koningen wordt een gedeelte van een jaar voor een heel jaar gerekend.

      Hoe weten we nu dat deze interpretatie van de uitdrukking “drie dagen en drie nachten” juist is en dat Jesjoea op een vrijdag werd gekruisigd en op de daaropvolgende zondag is verrezen? Naast het bewijs dat ik hiervoor in het artikel heb gegeven en dat gebaseerd is op de terminologie van Sjabbat en feestdag, is er nog een ander bewijs, gebaseerd op de termen “voorbereiding” (παρασκευὴ) en “vóór-Sjabbat” (προσάββατον). We treffen deze termen gecombineerd aan in Markus 15:42: “En toen het nu avond was geworden, daar het de voorbereiding (παρασκευὴ) was, welke is de vóór-Sjabbat (προσάββατον) […]”. Παρασκευὴ was voor de Grieks sprekende Joden de terminus technicus voor de dag voorafgaande aan de wekelijkse Sjabbat. Προσάββατον werd exclusief gebruikt voor de zesde dag van de week. Ter wille van niet-joodse lezers geeft Markus hier de definitie van παρασκευὴ, welke is: “vóór-Sjabbat” (προσάββατον), hetgeen de vertaling is van het Hebreeuwse “Erev Sjabbat”. [5]

      Markus’ vermelding van de volgorde van de gebeurtenissen laat geen ruimte voor een zogenaamd “jaarlijkse Sjabbat”, die dan de feestdag van 15 Niesan zou zijn, naast de wekelijkse Sjabbat. Mk. 16:1 sluit naadloos aan op het vermelde vanaf 15:42, en de Sjabbat die in 16:1 afgelopen is, is dezelfde die in 15:42 op het punt staat te beginnen.

      Van hieruit valt nieuw licht op Joh. 19:14 en wordt temeer duidelijk dat de daar genoemde παρασκευὴ de Sjabbat van de Pesach week betreft. De pogingen om Joh. 19:14, 31 te interpreteren als zou het om een feestdag gaan die op een andere dag viel dan de wekelijkse Sjabbat lijden aldus schipbreuk. De conclusie moet zijn dat de kruisiging van Jesjoea plaatsvond op een vrijdag en dat de direct volgende wekelijkse Sjabbat in het jaar van de kruisiging samenviel met de eerste feestdag van Pesach.
      __________________
      [1] KELLY 230 (Jonah) [William Kelly, Lectures Introductory to the Minor Prophets, C.A. Hammond Trust Bible Depot — London 1874.]

      [2] PACHE 133-134 (Interneteditie p. 72) [Réné Pache, Inspiratie en het gezag van de Bijbel, Buijten & Schipperheijn — Amsterdam 1977.]

      [3] DARBY 356-357 [John Nelson Darby, Letters, Vol I (1832-1868), H.L. Heijkoop — Winschoten 1971 (Reprint).]

      [4] BEECHER 217-218 [Willis Judson Beecher, “The Chronology of the Kings of Israel and Judah”; In: The Presbyterian Review, No. 2, April 1880.] Men zie hiervoor ook pp. 54-58 van het toegankelijke boekje van Philip Mauro, Die Chronologie der Bibel, Ernst Paulus Verlag — Neustadt/Wstr. 1971ii.

      [5] BACCHIOCCHI 23: «The term “prosabbaton-Sabbath-eve” was used by Hellenistic Jews to designate explicitly and exclusively “the day before the Sabbath, i.e. Friday” (Judith 8:6; 2 Macc. 8:26). Thus Mark, by defining “paraskeue-Preparation” as being the “prosabbaton-Sabbath-eve,” gives the clearest possible definition to his Gentile readers of what he meant by “paraskeue,” namely, the day before the weekly Sabbath. Clarifications of time references by a qualifying clause are common in Mark, evidently because the author knew that his Gentile readers were generally unfamiliar with Jewish terms and customs.» [Samuele Bacchiocchi, The Time of the Crucifixion and the Resurrection, Biblical Perspectives — Berrien Springs, Michigan 2001.]

    • 4 messianic613 March 11, 2014 at 10:56 pm

      RBLS de Jong:
      In Mark. 16 : 1 lezen we het volgende: “En toen de sabbat voorbijgegaan was, hadden Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus, en Salome specerijen gekocht, opdat zij kwamen en Hem zalfden”. In Jezus’ tijd werden de doden gezalfd, en er werden specerijen in het graf geplaatst. Het lichaam werd in die tijd namelijk niet begraven, en op deze manier ging men de sterke ontbindingslucht tegen. Aangezien Jezus’ lichaam vlak voor de Sabbat begraven werd, konden de vrouwen geen specerijen kopen. Dit deden zij ná de Sabbat!

      Wanneer we nu gaan kijken naar Luk. 23 : 55 – 56, dan moet ons iets opvallen: “En ook de vrouwen, die met Hem gekomen waren uit Galilea, volgden na en aanschouwden het graf, en hoe Zijn lichaam gelegd werd. En weergekeerd zijnde, bereidden zij specerijen en zalven; en op de sabbat rustten zij naar het gebod”. Hier staat dus dat zij vóór de Sabbat specerijen bereiden en daarna rustten!

      Of de Bijbel is in tegenspraak, of we hebben hier inderdaad te maken met, zoals we reeds zagen, twee Sabbatten. Aangezien de Bijbel nooit in tegenspraak is, omdat God niet liegen kan, is er maar één antwoord mogelijk. We hebben te maken met twee Sabbatten. Eén wekelijkse Sabbat, en één jaarlijkse Hoogtijd-Sabbat! Wanneer we Mark. 16 en Luk. 23 samenvoegen, moeten we tot de conclusie komen dat de vrouwen de specerijen kochten na de Hoogtijd-Sabbat (wat Markus zegt), ze bereidden, en daarna rustten zij op de wekelijkse Sabbat (wat Lukas zegt). De twee Sabbatten zijn dus gescheiden door één werkdag! En ná die wekelijkse Sabbat ontdekten zij dat het graf geopend was (Luk. 24 : 2).

      Antwoord van Messianic613:
      De kwestie die hier wordt opgeworpen is of Markus 16:1 en Lukas 23:56 onderling verenigbaar zijn onder de aanname dat de kruisiging op vrijdag plaatsvond.

      We moeten er goed op letten om de tekst uit Lukas niet meer te laten zeggen dan wat er werkelijk staat. Men is veelal geneigd aan te nemen dat deze tekst zegt dat de vrouwen de specerijen bereidden vóór de aanvang van de Sjabbat. Men redeneert dan dat dit de gewone wekelijkse Sjabbat was, en dat het kopen van deze specerijen, zoals vermeld in de tekst van Markus, dus daaraan vooraf moet zijn gegaan. De vermelding in Mk. 16:1 dat de specerijen na de Sjabbat werden gekocht, wordt dan uitgelegd als zou het hier gaan over de “jaarlijkse Sjabbat” van de feestdag van de 15de Niesan. Volgens deze uitleg ging deze “jaarlijkse Sjabbat” dus aan de wekelijkse vooraf, met nog een gewone dag ertussen om het kopen en bereiden mogelijk te maken.

      Deze verklaring is echter om meerdere redenen zeer gewrongen. Ten eerste is het gekunsteld en ongeloofwaardig om de passage over de graflegging bij Markus zo uit te leggen alsof het in Mk. 15:42 om een andere Sjabbat zou gaan dan in Mk. 16:1. Mk. 15:42 beschrijft de zaken die direct aan de Sjabbat voorafgaan, terwijl Mk. 16:1 zaken beschrijft die er direct op volgen. Volgens iedere normale lezing van de tekst gaat het hier om dezelfde Sjabbat. Er is hier in ieder geval geen enkele indicatie van twee Sjabbat dagen.

      Ten tweede is het helemaal niet nodig om Lk. 23:56 te lezen als een strikte opeenvolging van gebeurtenissen. Er staat niet dat de vrouwen de specerijen bereidden en na deze bereiding rustten op de Sjabbat. De tekst bedoelt slechts te zeggen dat de bereiding der specerijen niet ten koste ging van het werkverbod van de Sjabbat. De NIV heeft hier: “Then they went home and prepared spices and perfumes. But they rested on the Sabbath in obedience to the commandment”. De bereiding der specerijen werd dus uitgesteld omwille van de Sjabbat. De vrouwen mogen enige toebereidselen gemaakt hebben zolang er nog tijd was, maar de tekst zegt slechts dat ze, nadat ze (in :55) de plaats van de graflegging gezien hadden, terugkeerden naar huis en aldaar de specerijen bereidden, onder inachtneming van het Sjabbatsgebod en zonder zich uit te spreken of deze bereiding vóór of ná de Sjabbat plaatsvond.

      Deze uitleg is in overeenstemming met wat door Markus gezegd wordt. Mk. 16:1 kan aldus gelezen worden als een nadere detaillering van Lk. 23:56. Na afloop van de Sjabbat kochten de vrouwen de nog benodigde specerijen en bereidden die. Zodra het de volgende ochtend licht werd gingen ze naar het graf.

      Ook in het Evangelie van Lukas is er hier slechts sprake van één Sjabbat. In Lk. 23:56 wordt beklemtoond dat de vrouwen op die Sjabbat rustten volgens het gebod. Er is geen sprake van een andere rustdag of Sjabbat. In verband met de nadering van de Sjabbat gebruikt ook Lukas de term παρασκευὴ. Deze term, zo zagen hierboven (in het eerste gedeelte van het antwoord) betekent de voorbereidingsdag voor de wekelijkse Sjabbat.

      De voor de hand liggende aanname is dan ook dat de feestdag van de Ongezuurde Broden in het jaar van Jesjoea’s kruisiging op een wekelijkse Sjabbat viel.

    • 5 messianic613 March 13, 2014 at 1:31 am

      RBLS de Jong:
      Wat we nu weten, is dat op de eerste dag van de week (zondag) het graf leeg is. De dag daarvoor was het Sabbat. De dag daarvoor (de vrijdag) was een werkdag, waarop de specerijen gekocht en bereid werden. De donderdag daarvoor was de Hoogtijd-Sabbat. En de dag daarvoor (woensdag!!!) werd de Jeshua gekruisigd en begraven! Het Laatste Avondmaal werd dus gehouden op een dinsdagavond! En nu zien we ook dat Gods Woord klopt tot op de letter, want nu zijn er drie dagen en drie nachten, die de Heere Jezus/Jeshua in het graf en in het hart der aarde is geweest!

      Kruisiging vond plaats in jaar 30, 14 Abib op woensdag, zonder postponements, komen pas met Hillel 2, een paar honderd jaar later, wanneer een ‘berekende’ (fixed) kalender wordt ingevoerd.

      Antwoord van Messianic613:
      Indien de kruisiging op een woensdag plaatsvond en donderdag een “Hoogtijd-Sjabbat” was, dan hadden de vrouwen alle gelegenheid om donderdagavond specerijen te kopen en te bereiden en waren zij vrijdagochtend vroeg naar het graf gegaan. Niemand zou op de gedachte komen om hiermee te wachten tot na de wekelijkse Sjabbat, daar dan de ontbinding allang ingezet zou zijn. Op de zondagochtend zou het, volgens de inclusieve telling, vanaf woensdag de 5e dag zijn! Het lichaam van Jesjoea zou er dan erger aan toe zijn dan het lichaam van Lazarus (cf. Joh. 11:39). Maar HaSjeem heeft zijn Gezalfde niet de ontbinding doen zien (Hand. 2:27, 31; Ps. 16:10).

      Nog een opmerking over de postponements. Deze hebben altijd in enigerlei vorm bestaan, ook vóór er een vaste kalendar was. En aantal coïncidenties moest namelijk voorkomen worden. Zo mocht de Grote Verzoendag niet op een vrijdag of zondag vallen, en Hosjannah Rabbah en Poeriem mochten niet op een Sjabbat vallen. Met name dit laatste kan invloed gehad hebben op de begindatum van de maand Niesan. Daar is echter niets mee mis. De postponements zijn onontbeerlijk en behoren gewoon bij het kalendersysteem. Dit kalendersysteem was in handen gegeven van de tempelautoriteiten, dus uiteindelijk van de Hogepriester. Na de verwoesting van de Tempel en de verstrooiing is er geleidelijk aan een vaste kalender ontstaan op gezag van de rabbijnen. Deze kalender is een zo goed mogelijke benadering van de op waarnemening van de maan gebaseerde vroegere kalender. We dienen echter te bedenken dat ook deze vroegere kalender nimmer alleen op waarneming gebaseerd was. Met name de vaststelling van Rosh Hasjanah was niet op waarnemening maar op vooruitberekening — en mogelijkerwijze postponements — gebaseerd. Dat kon niet anders bij zo’n grote feestdag met een werkverbod. Er is niets in de Torah dat verbiedt om de maanden te berekenen. Ook David en Jonathan in I Sam. 20:5, 18 wisten tevoren van de Nieuwe Maansdag.

      Het berekenen van de kruisigingsdatum is een uitermate lastige en speculatieve opgave. Volgens het al genoemde werk van Humphreys (2011), zou 14 Niesan in het jaar 30 op een vrijdag of Sjabbat vallen, alnaargelang de toestand van de bewolking in verband met mogelijke waarneming van de maan op 29 Adar. Maar volgens Humphreys heeft de kruisiging vermoedelijk plaatsgevonden in het jaar 33. De opinies over het precieze jaar lopen hier sterk uiteen.

  2. 6 Visitor March 17, 2014 at 3:15 am

    Thank you for this excellent post. Being a neit-nederlands reader I had to muddle along in the stilted Dutch-to English translation per Google, thus my comment — in English. Yet, both the article and the replies present a most Biblically cohesive argument for a Friday crucifixion, along with its liturgical significance. I found both to be very helpful and confirming.

  3. 7 ADH October 12, 2014 at 9:26 pm

    Beste schrijver,

    dank voor deze grondige uitleg.

    Persoonlijk geef ik deze verklaring de grootste kans op ‘werkelijkheid’.
    Maar mogelijk is het toch anders want het is niet de derde dag die het probleem vormt maar de derde nacht. Linksom of rechtsom is de derde nacht weggeredeneerd, of … valt binnen de marges van wat men indertijd aanhield. In de trant van ‘men zei zulks wel maar bedoelde in letterlijke zin gewoon wat anders’ En dat is iets wat we nu wellicht niet meer kunnen achterhalen.

    Over Esther: zij zei m.i. niet letterlijk dat ze drie nachten zou vasten, maar dat ze op dezelfde wijze zou vasten. Ik neem aan dat haar ‘supporters’ nog vastten terwijl Esther al aan haar missie bezig was.

    En het kan onwaarschijlijk zijn dat een jongen drie dagen en drie nachten zonder voeding overleeft, onmogelijk is het niet.

    Wat ik wel een spannende vind is dit: de eerste dag der week begint zo’n uurtje of zes eerder dan de (Romeinse) ‘zondag’. Wie zegt dat Hij op zondag opstond heeft eerst te bewijzen dat het na twaalven was… 😉

    • 8 messianic613 October 20, 2014 at 7:04 pm

      “Drie dagen en drie nachten” betekent in het spraakgebruik van de bijbelse tijd eenvoudig driedaagse periode. Het erbij vermelden van de nachten is Hebreeuws idioom. Romeinen kenden deze uitdrukkingswijze eveneens. Een zogenaamd ‘letterlijke’ uitleg volgens modern-westerse maatstaven leidt hier op dwaalsporen zoals het optellen van driemaal 24 uren, juist doordat ze overdreven letterlijk is.

      Als iemand bijvoorbeeld zegt dat hij ergens ‘dag en nacht’ aan gewerkt heeft, bedoelt hij dat in de regel ook niet letterlijk. Het betekent enkel dat hij er intensief mee bezig is geweest.

      Wie hier aan een moderne letterlijkheid van 72 uren of zoiets wil vasthouden, moet ook aannemen dat Jesjoea bedoelde op de vierde dag of nog later te verrijzen toen hij zei dat hij na drie dagen zou opstaan, zoals in Mk. 8:31. Als men de uitdrukking “drie dagen en drie nachten” op een moderne wijze (en dus overdreven) letterlijk wil nemen, moet men dit ook doen met de uitdrukking “na drie dagen”, en evenzo met de uitdrukking “op de derde dag” (in Mk. 10:34; Lk. 18:33). Dit is echter onmogelijk en voert tot regelrechte tegenspraken. Men moet deze uitdrukkingen dus interpreteren zoals de oorspronkelijke hoorders het gedaan hebben en rekening houden met idioom.


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s





%d bloggers like this: