Archive for April, 2015

De Maaltijd des Heren (Eucharistie) en de Pesach Seider

Door Geert ter Horst

Bouveret — Last Supper

Bouveret — Last Supper

I. Inleiding: Het chronologisch onder-scheid tussen de Maaltijd des Heren en de Pesach Seider

Veel messiasbelijdende gemeenten hebben de gewoonte om de avond van Bedikat Chameets, ingaande 14 Niesan — of ingaande 13 Niesan, wanneer de 14de op een Sjabbat valt — de instelling te gedenken van de Maaltijd des Heren, die ook Eucharistie (i.e. Dankzegging) of Heilig Avondmaal wordt genoemd. Dit is de avond voorafgaande aan de Seideravond.

Hoewel deze gewoonte niet teruggaat op een direct gebod van Jesjoea of de Apostelen, past zij toch geheel en al in geheel de observantie van (de voorbereiding van) Pesach, en de gedachtenis van zijn de dood en verrijzenis die daarmee nauw verbonden is. Op 10 Niesan — of of 11 Niesan indien de 10de een Sjabbat is — gedenken we Jesjoea’s intocht in Jeruzalem met de Palmwijding tijdens Sjacharit. Dan volgt enige dagen later de avond van Bedikat Chameets, die vol is van diepe messiaanse symboliek. Bij het begin van halachisch ‘nacht’, zoeken we bij het licht van een kaars (teken van de Torah of het Woord G’ds) naar Chameets. We vegen de laatste resten met de veer van een duif (teken van de Ruach HaKodesh (Heilige Geest)) op een houten lepel (symbool van het Kruis), binden deze samen in een linnen doek (symbool van Jesjoea’s priesterschap) en zetten dit apart voor Bioer Chameets, de volgende ochtend. Tijdens de Maariv dienst van deze avond vieren we dan de instelling van de Maaltijd van Jesjoea. De volgende ochtend na Sjacharit wordt het verzamelde Chameets van de vorige avond verbrand (Bioer Chameets, teken van de kruisiging). De herdenking van Jesjoea’s lijden, dood en begrafenis worden afgesloten met de Minchah dienst van die dag. Kort daarna begint de plechtige viering van Pesach met Kabbalat Jom Tov en de Maariv dienst, welke uitlopen op de Seider.

Aan deze schets ziet men dat de viering van de instelling van de Maaltijd van Jesjoea geheel en al past in de liturgische gang van zaken die direct voorafgaan aan en uitlopen op de Seideravond. De gedachtenis van Jesjoea’s verrijzenis sluit hier op aan en begint met een uitgebreide Havdalah plechtigheid na de wekelijkse Sjabbat van de Pesach week. De dag van de verrijzenis valt dus altijd op de eerste zondag na de 14de Niesan. Die dag begint dan ook de telling van de Omer, welke voortduurt tot het Wekenfeest en een aaneengesloten feestelijke periode van 50 dagen markeert.

De Maaltijd van Jesjoea moet dus wel onderscheiden worden van de Seider. De instelling van deze maaltijd vond niet plaats tijdens de Seider, maar waarschijnlijk op de direct aan de Seider voorafgaande avond, als men er tenminste met het Evangelie van Johannes van uitgaat dat Jesjoea werd gekruisigd op de voorbereidingsdag van Pesach, de dag dat de Pesach lammeren werden geslacht.

II. Het theologisch onderscheid tussen de Maaltijd des Heren en de Pesach Seider

Het onderscheid tussen de Maaltijd des Heren en de Pesach Seider is ook van theologische betekenis. Deze twee maaltijden mogen niet worden vereenzelvigd en hebben niet dezelfde functie en betekenis. De Pesach Seider is een nationale viering van geheel Israel; de Maaltijd van Jesjoea is een exclusieve viering Jesjoea’s Gemeente, zijn mystieke lichaam. De Pesach Seider is in principe aan de tempel gebonden, en het Pesach lam of Korban Pesach kan alleen wettig gegeten worden binnen de grenzen van Jeruzalem in een toestand van levitische reinheid; de Maaltijd van Jesjoea vereist geen levitische reinheid en kan overal worden gehouden. Aan de Maaltijd van Jesjoea mag men alleen deelnemen in de staat van genade, dat wil zeggen niet met onbeleden zonden of terwijl men zich in een zondige levensstaat bevindt; voor de Pesach Seider gelden deze vereisten niet. De Pesach Seider kan maar éénmaal per jaar worden gehouden, op de ingaande avond van 15 Niesan; de Maaltijd van Jesjoea kan in principe alle dagen worden gevierd en is niet aan bijzondere data gebonden. De Pesach Seider, tenslotte, wordt gevierd vanaf haar instelling in Egypte tot het einde van deze wereld, als een eeuwige inzetting des Heren; de Maaltijd van Jesjoea wordt gevierd vanaf haar instelling in de nacht van Jesjoea’s overlevering (I Cor. 11:23) tot aan Jesjoea’s wederkomst (I Cor. 11:26). In het Koninkrijk van het Millennium zal dus de Maaltijd van Jesjoea niet meer worden gevierd, wel echter de Pesach Seider.

III. De kern van het onderscheid tussen deze twee inzettingen: Het nationale Israel en de Gemeente van Jesjoea

De kern van het onderscheid tussen deze twee inzettingen is het onderscheid tussen de Gemeente van Jesjoea en het nationale Israel. Hoewel de Gemeente van Jesjoea deel uitmaakt van het nationale Israel — ze bestaat immers uit het gelovig overblijfsel van Israel en de daarbij gevoegde gelovigen uit de volken — kan ze niettemin niet met dit nationale Israel worden vereenzelvigd. Tot Israel als volk of natie behoort men in de eerste plaats krachtens de natuurlijke geboorte. Wie als Jood geboren wordt, behoort tot het volk Israel. Niemand behoort echter tot de Gemeente van de Jesjoea krachtens de natuurlijke geboorte maar alleen krachtens de bovennatuurlijke wedergeboorte van het geloof. Daarom is de Gemeente van Jesjoea een gemeenschap van gelovigen en treedt men tot deze Gemeente toe door de belijdenis van dit geloof. Men belijdt dit geloof door zich in Jesjoea’s naam te laten dopen. Door dit geloof en het daarbij behorende Doopsel wordt men ingevoegd in het gelovig overblijfsel ofwel het messiasbelijdende deel van het volk Israel. Geloof en Doopsel zijn dus noodzakelijk voor iedereen, Jood en niet-Jood, om tot de Gemeente van Jesjoea te behoren. Deze Gemeente is aldus een deelverzameling van Israel, waar de gelovigen uit de volken bij worden gevoegd.

Wie de Pesach Seider vereenzelvigt met de Maaltijd van Jesjoea verwart de orde van het geloof en de wedergeboorte met de orde van de nationaliteit en de natuurlijke geboorte. Het vieren van de Maaltijd van Jesjoea is uiteraard alleen de plicht en het voorrecht van degenen die uitdrukkelijk tot Jesjoea behoren en deel uitmaken van zijn Gemeente. Dit zijn de gedoopte en niet-geëxcommuniceerde gelovigen. Het vieren van de Pesach Seider is daarentegen de plicht en het voorrecht van iedereen die tot Israel behoort. Dit zijn niet alleen de gedoopte gelovigen in Jesjoea maar ook allen die als Jood geboren zijn en de proselieten, of zij nu wel of niet persoonlijk in Jesjoea geloven. Ongedoopte kinderen van gelovigen, bijvoorbeeld, mogen net als joodse kinderen deelnemen aan de Pesach Seider. Maar ongedoopte kinderen en ongedoopten in het algemeen, of zij nu joods zijn of niet, mogen niet deelnemen aan de Maaltijd des Heren. De Apostel Paulus zegt dat de viering van de Maaltijd des Heren uitdrukking geeft aan de éénheid van de Gemeente van de Messias. De velen die eten van het éne brood vormen het éné mystieke lichaam (I Cor. 10:17).

Wegens het fundamentele verschil tussen deze twee inzettingen is het redelijk om aan te nemen dat Jesjoea de Eucharistie niet heeft ingesteld tijdens de viering van de Pesach Seider. Een belangrijke indicatie hiervoor is het feit dat Jesjoea het brood dat hij breekt en de leerlingen aanreikt maakt tot het symbool van zijn geofferde lichaam en de wijn van de beker na de maaltijd tot het symbool van zijn offerbloed. Indien de laatste maaltijd van Jesjoea met zijn leerlingen echter een Pesach Seider was, dan ligt het voor de hand dat Jesjoea gewezen zou hebben op het Paaslam, het Korban Pesach, en dát tot teken van zijn lichaam gemaakt zou hebben. Het op het altaar vergoten bloed van dit Paaslam zou in dat geval het teken zijn van Jesjoea’s offerbloed. Want waarom zou Jesjoea andere symbolen instellen als de door de Torah verordende symbolen al voorhanden zijn?

Het voorafgaande neemt niet weg dat óók het in de Tempel geofferde Korban Pesach inderdaad teken en symbool is van Jesjoea’s offer, van zijn lichaam en bloed. En in het Millennium zal Jesjoea’s offerdood weer herdacht en gevierd worden door het nationale Israel met het vereiste Korban Pesach. Jesjoea zal dan openlijk als Koning-Messias van dit nationale Israel optreden en iedereen zal hem gehoorzaamheid moeten betuigen. Deze publieke positie van de Messias als koning van Israel is echter iets anders zijn positie als Hoofd van zijn mystieke lichaam. In het Koninkrijk van het Millennium zal er namelijk geen mystiek Lichaam zijn, dat wil zeggen een bijzondere Gemeente van hen die in Jesjoea geloven. Wie tijdens het Millennium wordt geboren is van meetaf aan onderdeel van het Koninkrijk van de Messias en dus onderdaan van koning Jesjoea. Allen zullen hem gehoorzaam moeten zijn. Wat de uitwendige gehoorzaamheid betreft is er dan dus geen onderscheid meer tussen gelovigen en ongelovigen. Het vormen van een bijzondere Gemeente met alleen gelovigen heeft dan geen betekenis meer. Iemand dopen in de naam van Jesjoea en het houden van de eucharistische maaltijd, riten waardoor deze Gemeente wordt gemarkeerd, heeft dan dus ook geen betekenis meer.

Niettemin zullen er tijdens het Millennium zowel gelovigen als ongelovigen op aarde leven. Er zullen mensen zijn die onder de regering van Jesjoea hun hart voor hem zullen ontsluiten en er zullen er zijn die dit weigeren. Voor openlijke ongelovigen, die opstandig de gehoorzaamheid weigeren, zal echter geen plaats zijn.

Het verdwijnen van Doop en Eucharistie in het Millennium is hiermee inzichtelijk gemaakt. Indien de Doop en de Eucharistie in het Millennium zouden worden gehandhaafd, zouden zij immers verplicht zijn voor iedereen en gedwongen opgelegd moeten worden. Dit zou echter het wezen van deze bijzondere inzettingen voor de gelovigen volkomen miskennen. Het mystieke lichaam bestaat alleen uit hen die zich vanuit hun geloof in Jesjoea vrijwillig laten dopen, en op grond daarvan deel mogen nemen aan de Maaltijd van de Messias, welke de band van dit mystieke Lichaam uitdrukt, versterkt, en onderhoudt.

Hiermee is ook inzichtelijk gemaakt dat de nationale inzettingen van Israel, zoals de Pesach Seider, tijdens het Millennium zullen blijven bestaan. De Messias is immers de koning van Israel en zal dus deze nationale inzettingen herstellen en tot hun hoogste vervulling brengen. Ook de Pesach Seider zal dan op nationaal niveau verrijkt worden met de volheid aan messiaanse betekenissen die tot nu toe nog niet erkend worden door het Orthodoxe Jodendom. Zij zal de plechtige openbare viering worden van Jesjoea’s kruisoffer. Dit kruisoffer zal erkend en beleden worden als de grondslag van Israel’s nationale herstel. Voor ieder die werkelijk gelooft en Jesjoea persoonlijk toebehoort zal dit vanzelfsprekend ook inhouden dat men door dit geloof deel krijgt aan de wedergeboorte en dus aan het eeuwig leven. Voor de niet-gelovigen zal de betekenis ervan beperkt blijven tot de zegen van het tijdelijke leven in het Koninkrijk.

IV. De liturgische en theologische strekking van het chronologisch onderscheid tussen de Maaltijd des Heren en de Pesach Seider

Volgens de chronologie die met deze inzichten overeenstemt, die van het Evangelie van Johannes, werd Jesjoea gekruisigd op dezelfde dag dat de de Pesach lammeren in de Tempel werden geslacht, op de 14de Niesan. De Pesach Seider werd volgens deze chronologie gehouden op de avond na Jesjoea’s graflegging. De maaltijd die voorafging aan de kruisiging kan volgens deze chronologie dus geen Pesach Seider geweest zijn.

Deze chronologie stemt overeen met de liturgische en theologische betekenissen van de gebeurtenissen. Zoals voor Israel in Egypte het slachten van het Pesach lam de voorwaarde was voor de verlossing, zo was in het latere Israel het slachten van de Pesach lammeren de voorwaarde voor het vieren van de verlossing uit Egypte. Net zo is het kruisoffer van Jesjoea de voorwaarde voor onze verlossing uit deze wereld. Het brengen van het offer gaat dus vooraf aan het vieren van de verlossing.

Als men er daarentegen van uitgaat dat Jesjoea’s laatste maaltijd een Pesach Seider was, leidt dit onvermijdelijk tot de conclusie dat de kruisiging plaatsvond op de feestdag zelf, de 15de Niesan. Dit verstoort de zojuist genoemde liturgische en theologische betekenissen en keert de volgorde van het offer en het effect ervan om. Hier viert men eerst, op de ingaande avond van de 15de Niesan, de uittocht uit Egypte en de door Jesjoea aangebrachte verlossing, terwijl men pas de volgende dag Jesjoea’s offer gedenkt. Het is overduidelijk dat dit liturgisch en theologisch onjuist en onaanvaardbaar is. Het offer van Jesjoea is de grondslag van de eeuwige verlossing en moet dus in de liturgische tijdsorde voorafgaan aan de viering van deze verlossing, net zo als in de liturgische tijd het brengen van het Korban Pesach voorafgaat aan de feestdag van de uittocht.

V. Besluit: De Maaltijd des Heren is de fundamentele en exclusieve liturgie van Jesjoea’s mystieke lichaam

Zoals gezegd is de Maaltijd des Heren in het algemeen gesproken niet gebonden aan een bijzondere liturgische tijd van het jaar. In de Apostolische Geschriften is geen indicatie te vinden dat de Eucharistische Maaltijd alleen gevierd werd op de avond voorafgaande aan de Pesach Seider. Op grond van de verbanden die de Apostel Paulus legt tussen zijn theologie van het mystieke lichaam en de instelling van deze maaltijd in I Cor. hst XI, is het eerder aannemelijk te stellen dat de eucharistische viering het fundament vormt van de eredienst van de Gemeente van de Messias. Alleen immers in het vieren van de Eucharistie wordt de bijzondere aard van deze Gemeente liturgisch zichtbaar en tastbaar. Men kan zelfs zeggen dat deze Gemeente geconstitueerd wordt door het houden van de Maaltijd des Heren. In deze maaltijd wordt uitgedrukt dat het zoenoffer van de Messias de grondslag is van de eenheid van de Gemeente en dat de eredienst van deze Gemeente in de eerste plaats bestaat in het dankzeggen voor dit eenmalige offer. Deze akt van dankzegging is zelf een geestelijk offer van dankzegging en toewijding, dat op zijn beurt, zoals ook de Gemeente zelf, weer een effect en representatie is van Jesjoea en zijn offer.

Volgens de Apostel Paulus is de Eucharistische Maaltijd een offermaaltijd. Dit blijkt uit het feit dat hij spreekt van de Tafel des Heren (I Cor. 10:21), wat een aanduiding is van het altaar (Mal. 1:8). Het is echter, zoals gezegd, duidelijk geen offermaaltijd in de Tempel. Ook wordt het niet opgedragen door een levitische priester maar door een opziener of oudste van de Gemeente. Hoewel de levitische offers spreken van Jesjoea en zijn offer, is er in de Maaltijd des Heren sprake van een representatie van dit unieke offer op een wijze die uitgaat boven alle levitische instellingen en die de Gemeente zichtbaar doet worden als het mystieke lichaam. Het is niet een viering van hen die de positie hebben van onderdanen van koning Messias maar van hen die door de Ruach HaKodesh tot één Lichaam zijn gedoopt. Het is de exclusieve viering van de gelovigen, de wedergeborenen, die de Komende Wereld zullen beërven. Precies daarom is de eucharistische viering de definiërende of bepalende viering van Jesjoea’s Gemeente.

De frequente herhaling van de Eucharistie is voor messiaanse gemeenten dan ook van het grootste belang. Daarin wordt namelijk Jesjoea’s offer tegenwoordig gesteld op alle plaatsen waar zijn Gemeente zich bevindt, op de tijden waarop zij formeel als zodanig liturgisch werkzaam is.

De passende tijd voor de viering van de Maaltijd des Heren is ongetwijfeld ’s avonds, hetzij als onderdeel van de Maariv liturgie, hetzij als zelfstandige viering. Het is immers de viering van Jesjoea’s Avondmaal. Dit tijdstip symboliseert dat Jesjoea’s offer boven alle offers van de Tempel uitgaat. De offers van de Tempel worden altijd overdag gebracht. Jesjoea’s Maaltijd wordt ’s avonds gevierd, waarmee wordt uitgedrukt dat het de viering is van een offer dat buiten de Tempel plaatsvondt en waarvan de effecten reiken tot in de Komende Wereld, wanneer de Tempel offers er niet meer zullen zijn.