Niet-Joden en de Torah: Drie Opvattingen

 

vennIn de Gemeente van de Messias bestaan in het algemeen drie opvattingen over de noodzaak en wenselijkheid van Torah observantie door niet-Joden. De eerste opvatting is die van de zogenaamde ‘One Law’ richting, de benaming die in de Angelsaksische wereld waar de discussie aangaande dit vraagstuk het hevigst woedt, wordt gegeven aan hen die de opvatting zijn toegedaan dat er één Torah, één Wet is voor de geboren Israeliet en voor de vreemdeling, voor de Jood en voor de niet-Jood. Dit is de opvatting dat binnen de Gemeente van de Messias het onderscheid tussen Jood en niet-Jood vervalt dan wel irrelevant wordt. De Torah is voor allen.

De tweede opvatting is dat het onderscheid tussen Jood en niet-Jood gehandhaafd wordt en dat de Gemeente van de Messias uit twee duidelijk onderscheiden en soms ook gescheiden groepen bestaat. Aan de Joden is de Torah in volheid als verplichting gegeven, aan de niet-Joden alleen sommige gedeelten, met name de algemene morele geboden en enkel rituele observanties zoals het verbod om bloed te eten. Dit wordt genoemd de positie van ‘Bilateral Ecclesiology’ richting. Deze staat, zoals de naam zegt, een bilaterale of tweezijdige ecclesiologie voor, waarbij de twee groepen, Joden en niet-Joden, onderscheiden blijven qua levenswijze maar geünieerd worden door hun gemeenschappelijk geloof in Jesjoea.

De uitwerking van deze bilaterale richting kan verschillende vormen aannemen. Er is een stroming die zegt dat de Torah geboden die boven de algemene morele maatstaven uitgaan weliswaar niet verplichtend zijn voor niet-Joden, maar dat niet-Joden, krachtens hun inclusie in het Verbond door de Messias, zoveel van de Torah op zich mogen nemen als zij zelf opportuun, wenselijk, of mogelijk achten. Dit is het model van de ‘Divine Invitation Theology’, dat met name door de First Fruits of Zion groep gepropageerd wordt. Anderen wijzen dit af en geven de niet-Joden wat het praktische leven betreft de status van Noachieden, hoewel erkend wordt dat zij door het geloof zonen van Abraham zijn.

De derde opvatting stelt dat niemand de Torah geboden moet doen en dat allen zich alleen hebben te richten naar de algemene morele principes van de Torah en het onderwijs van de Messias en zijn Apostelen. Voor het overige, met name allerlei questies betreffende liturgie en ritueel, heeft men zich te richten naar de praktijken en gewoonten die de Kerk heeft ingesteld. Dit is de traditionele positie van het historische Christendom.

Elk van deze opvattingen heeft haar eigen bijzondere moeilijkheden. Een specifieke moeilijkheid van de traditionele christelijke positie, om daarmee te beginnen, is dat praktisch alle rituele praktijken en andere tradities afkomstig zijn uit niet-bijbelse bronnen. Dit zijn bijvoorbeeld de zondag, sommige feestdagen zoals Kerstmis, benevens allerlei observanties zoals vleesloze vrijdagen, quatertemperdagen, vigilies, &c. Deze zijn afkomstig uit Romeinse, Germaanse of nog andere culturen en zijn vervolgens gekerstend, dat wil zeggen zo goed mogelijk aangepast aan bijbelse noties en principes. In essentie blijft deze positie echter syncretistisch, ongeacht de soms bewondering afdwingende en hier en daar geniale wijze waarop buitenbijbelse praktijken en rituelen zijn omgevormd tot zogenaamde christelijke cultuurvormen.

Op een meer pregnante wijze kan men de moeilijkheid van deze positie ook als volgt verwoorden: Waarom zouden buitenbijbelse praktijken, rituelen en liturgische vormen beter aansluiten bij de openbaringswaarheid van het Nieuwe Testament dan de eigen bijbelse en joodse, in de context waarvan het Nieuwe Testament zelf is ontstaan? Waarom zou bijvoorbeeld de zondag een instelling zijn die beter aansluit bij het geloof in Jesjoea dan de bijbelse Sjabbat? En sinds wanneer wordt religieus syncretisme in de Bijbel aangemoedigd of goedgekeurd?

Een pregnantere moeilijkheid van de traditioneel christelijke positie is dat Joden die in Jesjoea geloven de Torah zouden moeten opgeven en dus in praktische zin afstand zouden moeten doen van hun Jood-zijn. Dit wordt echter in het Nieuwe Testament nergens geleerd en zelfs duidelijk tegengesproken, zowel door Jesjoea zelf (in Mt. 5:17-19) als door Paulus, althans volgens Lucas (in Hand. hst. XXI, en 25:7-8; 28:17-18).

De bilaterale opvatting vindt haar bijzondere moeilijkheid daarin dat de éénheid van de Gemeente verloren lijkt te gaan. Theoretisch en in de orde van de geloofsleer moge deze eenheid gehandhaafd blijven, in praktisch opzicht echter valt de Gemeente uiteen in twee delen die wel beschouwd niet veel met elkaar te maken hebben. Hierbij maakt het niet zoveel uit of men een Noachidische dan wel een Divine Invitation theologie voorstaat. De eventuele observantie van niet-Joden blijft immers toch een gratuïte bezigheid waar men in gemeentelijk verband niet op kan bouwen of rekening mee hoeft te houden.

Deze opvatting tendeert er daarenboven ook naar zichzelf op te heffen, hetzij door de niet-Joden in de richting te duwen van het traditionele Christendom, hetzij door zich praktisch in de nabijheid te bewegen van de ‘One Law’ opvatting.

De bilaterale opvatting is met name verre van bevredigend omdat zij de gelovigen uit de volken de mogelijkheid ontneemt het geloofsleven op een bijbelse wijze gestalte te geven. Wanneer immers de Sjabbat en de feestdagen en de overige rituele instellingen van de Torah niet voor deze gelovigen zijn bedoeld, dan heeft dit een dergelijke verschraling en verarming van hun godsdienstige cultuur tot gevolg dat men nauwelijks nog van een godsdienst in de volledige zin van het woord mag spreken. Alleen de Joden binnen de Gemeente hebben dan alle middelen om hun geloof in uitwendige vormen en observanties gestalte te geven. Een dergelijke ongelijkwaardigheid van deze twee groepen gelovigen lijkt echter wel nauwelijks de openbaring te kunnen zijn van de eenheid van het Lichaam van de Messias zoals deze door de Apostel Paulus is bekend gemaakt. Voor Paulus is de Gemeente een fysieke eenheid, een corps of corpus zogezegd, niet een louter geestelijke geloofseenheid. Deze eenheid vraagt om een eenheid van ook het praktische leven en de godsdienstige observantie.

De eigen moeilijkheid van de ‘One Law’ theologie is dat de consequente uitwerking ervan noodzakelijk tot gevolg heeft dat de gelovigen uit de heidenen onder het Torah gebod van de besnijdenis komen te vallen en dat dit niet of nauwelijks te verenigbaar lijkt met de besluiten van het Apostelconcilie in Hand. hst. XV, en uitspraken van de Apostel Paulus. Zowel het Apostelconcilie als Paulus lijken immers de niet-Joden te ontslaan van de verplichting tot de besnijdenis. Sommige uitspraken van Paulus doen zelfs het vermoeden rijzen van een verbod op de besnijdenis van de niet-joodse gelovigen.

Om zich uit deze moeilijkheid te redden wijzen aanhangers van de ‘One Law’ theologie er op dat dat men deze afwijzing van de besnijdenis dient te interpreteren als een afwijzing van de bekeringsprocedure (de gioer) tot het Jodendom zoals deze door de Farizeeën was ontwikkeld en waarvan de besnijdenis de kern uitmaakte. Met de term ‘besnijdenis’ zou dus deze bekeringsprocedure worden bedoeld. De Apostelen wezen deze af omdat zij de leerlingen niet het juk wilden opleggen van een overgang tot het Farizeïsche Jodendom als voorwaarde voor hun opname in de Gemeente van de Jesjoea. Zulk een voorwaarde zou onaanvaardbare hindernissen opwerpen voor vele heidenen om het evangelie aan te nemen.

Men zou dus onderscheid moeten maken tussen de besnijdenis als bijbels gebod en de besnijdenis in het kader van een Farizeïsche gioer. De verwerping van de proselieten besnijdenis zou niet een verwerping inhouden op de besnijdenis als Torah-gebod. Het bijbelse besnijdenisgebod kan dus, zo zegt men, ten volle gehandhaafd worden.

De moeilijkheid met deze oplossing is echter dat men in het Nieuwe Testament nergens een tekstplaats kan vinden waar het onderscheid tussen deze twee typen besnijdenis duidelijk geleerd wordt. De aanname van twee typen besnijdenis lijkt ook op gespannen voet te staan met de geloofwaardigheid en duidelijkheid van het evangelie voor de niet-Joden. Want is het werkelijk aannemelijk dat Paulus enerzijds uitvoerig de proselieten besnijdenis afwees maar anderzijds en tegelijkertijd de bijbelse besnijdenis onderwees en toepaste op de gelovigen uit de heidenen? Zou een dergelijke gecompliceerde positie niet tot grote verwarring hebben geleid? Het feit dat we in het NT geen indicaties vinden van welk type besnijdenis dan ook zodra het om niet-Joden gaat — uitgezonderd natuurlijk de geestelijke besnijdenis ofwel de besnijdenis van het hart — pleit dus niet voor deze oplossing.

Hieruit volgt echter niet, zoals men wellicht zou denken, dat daarmee de ‘One Law’ theologie gedisqualificeerd zou zijn. De kern van de zaak is namelijk dat elk van de drie besproken opvattingen met grote en weerbarstige moeilijkheden te maken heeft. De typische moeilijkheid van de ‘One Law’ theologie wijst dus op zichzelf helemaal niet in de richting van (één van) de overige opvattingen. De moeilijkheden van een ‘Bilateral Ecclesiology’ of van de traditionele christelijke opvatting zijn immers niet minder groot, misschien zelfs groter.

De oplossing van het vraagstuk van de positie van de niet-Joden is daarmee één van de kern-opgaven voor een consistente interpretatie van het NT. Naar mijn vermoeden is een vruchtbare aanpak van dit vraagstuk alleen mogelijk als men de bijzonderheden van het tijdvak van de Handelingen der Apostelen erbij betrekt. Dit tijdvak wordt gekenmerkt door het hernieuwde aanbod van Israel’s nationale herstel en van de zgn. ‘Naherwartung‘, d.i. de verwachting van de Wederkomst binnen één of enkele generaties. Deze kenmerken maken het waarschijnlijk dat gedurende dit bijzondere tijdvak, waarin de voorrang van de Jood boven de niet-Jood in Paulus’ brieven beklemtoond wordt, een bepaalde scheiding tussen Joden en niet-Joden ook binnen de Gemeente in stand moest worden gehouden, in afwachting van Israel’s bekering en nationale herstel. Eerst dit nationale herstel zou dan uitlopen op een alomvattende missie tot de heidenen.

Nadat echter duidelijk geworden was dat Israel de Messias niet zou aannemen gedurende de tijd van de Apostelen, en dat het nationale herstel dus voor onbepaalde tijd uigesteld moest worden, had de scheiding tussen Joden en niet-Joden in de Gemeente haar functie verloren. We zien dan ook dat de Apostel Paulus eerst na de Handelingentijd, in zijn gevangenschapsbrieven (met name in de brief aan Efeze), de volkomen gelijkwaardigheid van Jood en niet-Jood leert in het éne Lichaam van de Messias.

Indien deze overwegingen juist zijn mag men misschien de voorzichtige conclusie trekken dat de besnijdenis van niet-Joden nu geen probleem meer is. Deze besnijdenis wordt immers door het georganiseerde Jodendom niet erkend. Zij is louter een interne aangelegenheid van de Gemeente van Jesjoea. De scheidingslijn loopt nu niet langer tussen Joden en niet-Joden in deze Gemeente, maar tussen de Gemeente van Jesjoea als geheel en het officiële Jodendom. Het onderscheid van Jood en niet-Jood zou in dit perspectief eerst weer relevant worden bij de oprichting van het Koninkrijk, ofwel bij Israel’s eindtijdelijke nationale herstel.

Voor de volledigheid dient hierbij echter aangetekend te worden dat ook deze laatste overwegingen, waardoor de ‘One Law’ opvatting een grotere waarschijnlijkheid krijgt, voor een gedeelte gebaseerd blijven op speculatieve en buitenbijbelse aannamen.

Alles overziende moet de conclusie helaas luiden dat geen enkele van de drie behandelde posities zonder problemen is of op bijbelse gronden bewijsbaar mag worden geacht.

Advertisements

1 Response to “Niet-Joden en de Torah: Drie Opvattingen”



  1. 1 De Torah: Drie opvattingen over de wet | Joods Geluid Trackback on March 11, 2016 at 10:21 pm

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s





%d bloggers like this: