Archive for the 'World to Come' Category

De Laatste Maand van het Jaar: Tijd van Ommekeer

 

SHOFARBLESSING Arch GRAFO darkHoewel we altijd onze zonden dienen te erkennen en te belijden is de maand Elloel de geschikte tijd van het jaar om bijzondere aandacht te besteden aan belijdenis, berouw en ommekeer. Elloel is de laatste maand van het jaar en de zesde maand in de orde van de feestyclus die begint met Niesan. Het is de maand van voorbereiding op de afsluiting van deze feestcyclus in de zevende maand, waarin de Hoge Feestdagen van Rosj HaSjanah (Nieuwjaar) en Jom Kippoer (Grote Verzoendag) worden gevierd, gevolgd door het “seizoen van onze vreugde”, Soekot (Loofhutten) en Sjemini Atzeret (Slotfeest).

De maand Elloel is daarmee de aangewezen liturgische tijd om welbewust onszelf te onderzoeken op en te reinigen van ingesleten of niet-beleden zonden, niet herstelde verhoudingen, en alwat een obstakel vormt tussen ons en HaSjeem.

Vanaf de Nieuwe Maansdag van Elloel, Rosj Chodesj Elloel, wordt dagelijks na Sjacharit (de ochtenddienst), uitgezonderd op Sjabbat, de Sjofar (d.i. de rituele ramshoorn) geblazen als oproep tot berouw en ommekeer. Dit gebruik wordt voortgezet tot en met 28 Elloel. Op 29 Elloel, de dag vóór Rosj HaSjanah, wordt de Sjofar niet geblazen, teneinde een onderscheid te maken tussen de rabbinale verordening van het blazen van de Sjofar gedurende de maand Elloel en het bijbelse gebod van het blazen van de Sjofar op Rosj HaSjanah.

Andere liturgische veranderingen zijn het reciteren van Psalm 27 na Sjacharit en Maariv (de avonddienst), ook op Sjabbat, en het reciteren van Selichot (gebeden van berouw en ommekeer). Sefardische gemeenschappen beginnen Selichot te zeggen vanaf Rosj Chodesj Elloel, Asjkenazische gemeenschappen beginnen daarmee op de zondag van de week waarin Rosj HaSjanah valt, of, als Rosj HaSjanah vroeg in de week valt (maandag of dinsdag), op de zondag van de voorafgaande week.

Alle zonden die we begaan hebben moeten met berouw en een oprecht voornemen van ommekeer aan G’d beleden worden. Zonden tegenover onze naasten moeten bovendien aan deze naasten beleden worden. Waarachtige belijdenis tegenover G’d en waar nodig tegenover onze medemensen, is een voorwaarde voor vergeving (Mt. 5:21-26). Daarenboven is nodig dat we altijd bereid moeten zijn anderen te vergeven om zelf vergeving van G’d te kunnen ontvangen (Mt. 6:14-15).

Het berouw dat we moeten verwekken, en het voornemen tot ommekeer, mogen niet iets zijn in de natuurlijke orde alleen, maar moeten stroken met onze bovennatuurlijke eindbestemming. Berouw dat alleen maar bestaat uit het toegeven dat we dom of dwaas zijn geweest in ons handelen met het voornemen nu op deze domheid of dwaasheid terug te komen is dus niet voldoende. We dienen toe te geven dat het zondige handelen of nalaten ons uitsluit van G’ds Koninkrijk (cf. I Cor. 6:9-10). Ook de loutere vrees voor deze uitsluiting, het oplopen van de eeuwige straf, is, al is ze een bovennatuurlijk motief want gebaseerd op de goddelijke openbaring, nog onvoldoende en onvolmaakt. Eerst wanneer onze akten van berouw en ommekeer voortkomen uit het besef dat we HaSjeem’s liefde geschonden en de band van deze liefde verbroken hebben, en uit het verlangen naar het herstel van deze liefdeband, is de vereiste gesteldheid die tot vergeving leidt bereikt.

De jaarlijke liturgische tijd van ommekeer duurt 40 dagen en culmineert in Jom Kippoer. De laatste 10 dagen, vanaf Rosj HaSjanah tot en met Jom Kippoer worden de Ontzagwekkende Dagen genoemd. Het blazen op de Sjofar op Rosj HaSjanah verwijst naar de laatste dagen, wanneer de Aartsengel Michael op de Sjofar zal blazen ter aankondiging van de Wederkomst van de Messias (I Thess. 4:16).

Bij de Wederkomst zullen wij geopenbaard worden worden voor de Rechterstoel van de Messias, om het loon te ontvangen op wat wij in het lichaam — d.i. in dit leven — gedaan hebben, goed of kwaad (cf. II Cor. 5:10). Het is dus zaak onze behoudenis te bewerken met vrees en beven (Fil. 2:12), opdat wij waardig geacht worden het Messiaanse Rijk binnen te gaan.

De rechtszitting die de Messias zal houden bij zijn Wederkomst wordt gesymboliseerd in Jom Kippoer. Op die dag staan wij om zo te zeggen naakt en geopend voor HaSjeem’s Aangezicht. Dan zal Hij, als wij ons waarachtig bekeerd hebben, de door de Messias bewerkte verzoening op ons toepassen en ons in zijn Rijk opnemen.

In joodse traditie wordt nog als laatste mogelijkheid van ommekeer vermeld de zevende dag van het Loofhuttenfeest, Hosjanah Rabbah  (grote ontferming). Wanneer we bedenken dat het Loofhuttenfeest het Messiaanse Rijk symboliseert, doet dit op het eerste gezicht wat merkwaardig aan. Hebben degenen die in dit Rijk worden opgenomen nog steeds nodig zich te bekeren?

Hier dient men te bedenken dat het Messiaanse Rijk uit twee afdelingen bestaat. Er is een groep die bij de Wederkomst het verrijzenisleven en de onsterfelijkheid ontvangt. Dit zijn de leden van het mystieke Lichaam en alle getrouwe gelovigen, Joden en niet-Joden, vanaf het begin der wereld. Er is een andere groep die het Messiaanse Rijk binnengaat in een toestand van sterfelijkheid, in lichamen zoals wij nu hebben, in dit leven. Deze laatste groep bestaat uit Joden die pas bij de Wederkomst tot geloof in de Messias zullen komen, en uit niet-Joden die zullen overblijven na de verschrikkingen van de Grote Verdrukking (cf. Zach. 14:16), en die zich niet hebben verbonden met de Anti-Messias of Antichrist en zijn teken niet hebben ontvangen (cf. Apoc. 14:9-11). De schapen onder de niet-Joden, die goed gedaan zullen hebben aan de minste broeders van de Koning (cf. Mt. 25:31-46), zullen dus met deze broeders het Rijk binnengaan in sterfelijke lichamen. Zij worden dus om zo te zeggen op voorlopige basis in dit Rijk opgenomen, ongeveer zoals wij nu op voorlopige basis deel uitmaken van het Rijk in de Gemeente van de Messias.

Zij die in sterfelijke lichamen het Messiaanse Rijk zullen binnengaan hebben nog de verantwoordelijkheid om een zodanig leven te leiden in dit Rijk dat zij het eeuwig leven van de Toekomende Wereld kunnen beërven. Zij moeten dus tot persoonlijk geloof en bekering komen om het eeuwige leven van de Toekomende Wereld, in de uiteindelijke en definitieve vernieuwing van de schepping, te kunnen ontvangen. Sjemini Atzeret, het Slotfeest, symboliseert deze uiteindelijke en definitieve vernieuwing.

Het is dus passend dat in de orde van het liturgisch jaar een laatste gelegenheid tot bekering wordt gegeven op Hosjanah Rabbah. Want uiteindelijk draait alles in ons leven om het beërven van het eeuwige leven en de Toekomende Wereld. Het spreekt vanzelf dat deze gelegenheid op Hosjanah Rabbah nooit een excuus mag zijn voor het veronachtzamen van Jom Kippoer en de daaraan voorafgaande periode van ommekeer die begint met de maand Elloel.

Advertisements